sexta-feira, 16 de agosto de 2013

Trots

Een paar maanden geleden was ik aanwezig bij een rechtszitting van een Nederlandse staatsburger wiens mate van schuld aan een misdrijf door de rechtbank moest worden vastgesteld. Op grond van getuigenverklaringen, documenten, verslagen en persoonlijkheidsbeoordelingen moest de rechtbank bepalen of het gedrag van deze verdachte er wel of niet toe had geleid dat de handelingen waarvoor hij terecht stond hem daadwerkelijk te verwijten vielen.

De verdediging van het slachtoffer was er uiteraard alles aan gelegen de gedragingen van de verdachte op dusdanige wijze uit te leggen dat hij in een kwaad daglicht kwam te staan, die partij wilde natuurlijk graag genoegdoening voor de geleden schade.

Het viel mij daarbij weer pijnlijk op dat gebrek aan kennis van iemands achtergrond en cultuur ertoe kan leiden dat diens handelingen op een andere manier worden uitgelegd dan hetgeen hij had bedoeld en dat dat in het ergste geval er zelfs toe kan leiden dat iemand daarop wordt veroordeeld of gecensureerd; dus niet zozeer op grond van zijn - in beginsel goede - intentie maar op hetgeen de ander ziet, terwijl diens oordeel over de feiten gekleurd is door zijn eigen achtergrond en cultuur.

Mijn oudste heeft filosofie op school en we hebben tegenwoordig gesprekken over bijvoorbeeld Aristoteles en de deugdethiek en Kant en de plichtsethiek – als je handelt zoals het jou juist voorkomt en dus je plicht doet – je handelt zoals je zelf ook behandeld wilt worden - dan handel je goed en moet je daarop worden beoordeeld.  Maar om de ware intentie van een ander te beoordelen moet je een en ander natuurlijk wel in het juiste perspectief kunnen plaatsen.


Terug naar het concrete geval van de rechtzitting; toen het bedrag werd genoemd van de uitkering die de Nederlandse (werkloze) verdachte ten tijde van het plegen van de daden ontving, veranderde hij – hoe je het ook wendt of keert in de huidige conjunctuur – in de ogen van de aanwezige partijen van arme sloeber in een relatief “vermogend man”. Het feit dat hij zich ophield in goedkope gelegenheden – hij at regelmatig in een gelegenheid voor daklozen en sliep in een tentje - was voor de tegenpartij een duidelijk teken dat hij niet helemaal in orde was en kwade zin had. De Calvinistische inslag van deze man - van de naoorlogse generatie - en zijn “doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg”-houding werden duidelijk niet herkend en erkend en daardoor negatief beoordeeld door een aantal van de aanwezigen.

En ik moest denken aan hoe verschillend de kwaliteit “trots” kan worden ingevuld. In de Portugese cultuur is laten zien wat je hebt – kijk maar naar de geschiedenis van het land door de eeuwen heen – een uiting van trots. Breed laten hangen, ook al heb je het niet breed, tegenover trots zijn op wat je bespaart, wat een meer Nederlandse houding is. Kijk maar eens naar de verschillen in reactie als je de prijs van een net gekocht item mededeelt; een Nederlander is meestal trots op een lage prijs, voor een Portugees is het vaak “hoe duurder hoe beter”. Ik ben ervan overtuigd dat om die reden de markt voor tweedehands spullen in Portugal nog steeds niet veel succes heeft, alhoewel dat ook snel verandert.

De moraal van dit verhaal
Laten we toch met z’n allen proberen niet altijd de gedragingen van een ander alleen in ons eigen kadertje te zien, geef ruimte aan een andere interpretatie en ga ervan uit dat de ander wellicht handelt uit de juiste overweging en met een plicht- en deugdethiek die oppervlakkig bezien misschien anders zijn dan die van ons, maar daarom niet meteen minder waard.

Een beetje Kant, een beetje Calvijn, een beetje Aristoteles, we maken er gewoon een ouderwetse hutspot van...

Wilt u meedenken? mail me!
Ook als u vragen hebt over de Portugese taal zal ik die graag bekijken.

quarta-feira, 5 de junho de 2013

Eet smakelijk!

Ik ga het nog nogmaals hebben over eten en eetgewoontes. Ik kreeg een mailtje van een bekende met de opmerking dat Portugese vrienden zich vaak verbazen over de gewoonte van de Nederlanders om op straat te eten, onderwijl doorlopend, fietsend (?), bellend, pratend, of weet ik wat nog meer doend. Vette patatten worden verorberd en als die op zijn  (gelukkig wel het zakje netjes in de prullenbak) is er nergens een servetje te vinden waarmee de vingers weer schoon worden gemaakt. Erger, de vingers worden afgelikt, even nonchalant aan een broek / jas / iets anders afgeveegd en daarna wordt diezelfde hand zonder pardon uitgestoken bij het ontmoeten van een bekende.



Eten is blijkbaar niet belangrijk genoeg om tijd mee te verliezen en de cafés, snackbars en eettentjes doen goede zaken met meeneemvoedsel, zonder tafels, borden en bestek ter beschikking te hoeven stellen. 

Portugezen eten ook heel vaak buiten de deur, maar (bijna) nooit wandelend op straat. Restaurants en eetgelegenheden doen vooral tijdens de middagmaaltijd de beste zaken; voor weinig geld krijg je overal een dagschotel of andere maaltijd. Je kunt in sommige gelegenheden ook wel staand eten (en betaalt dan minder dan als je een tafeltje hebt) maar wel altijd met servies en bestek, en servetjes staan overal voor het grijpen. 
Erg veel variatie is er overigens meestal niet; een vlees- of een visgerecht met frietjes, rijst en salade. Een veelgehoorde klacht is over het gebrek aan groente, alhoewel de vele soepen een boel goedmaken.

Over de maaltijden zelf valt ook veel te melden; wij (mijn familie) merken de laatste jaren een opvallende trend bij Nederlandse (jonge) mensen, en dat is dat ze niet willen herkennen wat op hun bord ligt. Dus geen botjes in een stuk vlees, geen graten, vel en, gruwel-de-gruwel, vooral géén kop aan een vissenlijf of op een gestoofd konijn. Ik herinner me mijn oudste (toen een jaar of 5) die bij de visboer altijd riep dat hij vis mét kop wilde, voordat de verkoper daar wat aan zou doen.

Als je vraagt of iemand bijvoorbeeld kip lust, is het antwoord meestal “ja”, maar achteraf blijkt dan vaak dat "kip" synoniem had moeten zijn aan kipfilet. Mijn schoonmoeder had ieder jaar geiten, een varken en konijnen en vertroetelde die zelfs, maar in de weken voor Kerst werd de beestenboel zonder pardon verwerkt tot eten en ik moet zeggen dat ik nooit meer zo’n lekker gestoofd konijn heb gegeten als bij haar.
Het succes van kroketten, vissticks, hamburgers, kipnuggets en al die andere producten heeft wellicht te maken met dat feit; het is niet meer te herkennen eten, met smaakjes uit tubes en potjes.

Gelukkig hebben we vandaag de dag een heleboel gezond-eten-goeroes die prediken dat we mooie, hele en vooral verse producten moeten verwerken. En er verschijnen – ook in Portugal – steeds meer restaurants die die ideeën ook aanhangen en allerlei nieuwe gerechten op uw bord weten te toveren.  Laten we hopen dat die het tij weer een beetje weten te keren.



sábado, 18 de maio de 2013

Kiss kiss (kiss)


Als wij bezoek krijgen van Nederlandse vrienden gaat het vaak bij de deur al een beetje “mis”. Want hoe begroeten we elkaar? In Nederland zouden (goede) vrienden elkaar waarschijnlijk drie zoenen op de wang geven. Als het geen vrienden maar bekenden zijn dan geef je elkaar liever een hand. Ook in zakelijke setting is elkaar de hand geven de juiste manier om te begroeten en afscheid te nemen.

In Portugal geven mensen elkaar maar twee zoenen, maar de Portugezen zoenen wel veel vaker. Vrienden zoen je natuurlijk sowieso, en vrienden van vrienden dus ook; op straat, in het café, thuis, bij aankomst en bij afscheid. Als je elkaar die dag al hebt gezien zoen je die tweede keer niet opnieuw. Chique mensen geven elkaar trouwens maar één zoen, en dan bij voorkeur een beetje in de lucht. In een meer formele omgeving geeft men elkaar doorgaans wel een hand.

Ik ben eens even naar meer informatie over begroetingen gaan zoeken op het internet:
Wikipedia zegt: “In de westerse samenleving is het hand geven de meest gebruikte non-verbale begroeting tussen personen. Dit doet men met de rechterhand terwijl men elkaar in de ogen aankijkt. Het geldt als ongepast om dezelfde persoon twee keer op een dag de hand te schudden als begroeting (behalve bij ontmoeten en afscheid).  [...]



De kus of zoen wordt pas gegeven als men elkaar beter kent en is vaak slechts voorbehouden aan intimi. Wel gebruikelijk als groet is het geven van twee of drie zoenen op de wang. [...]
In Zuid-Europa wordt veel meer gezoend, zelfs bij een eerste kennismaking, en vooral met kinderen. [...]”

En kijk daarbij vallen mij meteen een paar dingen op, zoals de toevoeging “vooral met kinderen”. Daar ben ik het eigenlijk niet zo mee eens. Het is zo dat kinderen vanaf een zekere leeftijd gewoon met het zoenen meedoen, net als de volwassenen, bij begroeting en afscheid.

En dan de opmerking “op de wang”. Dat klopt in Portugal zeker wel, maar in Nederland zie ik  vaak dat naaste familieleden en zelfs goede vrienden elkaar op de mond zoenen. Dat is in Portugal ondenkbaar!
Mannen onderling hebben het sowieso makkelijker in Portugal en in Nederland; ze zullen elkaar nooit zoenen, een handdruk en eventueel een omhelzing is voldoende.

En dan als laatste is van belang te kijken naar de volgende informatie: “...terwijl men elkaar in de ogen aankijkt”. Dat is misschien wel het belangrijkste verschil in begroeten - en trouwens sowieso in de communicatie in het algemeen - tussen Portugezen en Nederlanders. Nederlanders staan internationaal gezien bekend om hun directheid en ik denk dat het elkaar in de ogen aankijken daar ook bij hoort. De beleefdheid gebiedt dat je de ander aankijkt als hij je iets vraagt of vertelt en die blikken kunnen zeer in- en doordringend zijn. Mijn man voelde zich, in het begin in Nederland dan ook niet altijd op zijn gemak; hij vond de directe blikken veel te confronterend.

Als je je Nederlandse gesprekspartner niet aankijkt terwijl hij tegen je praat, zal die doorgaans moeite doen je blik toch te vangen. In Portugal hoort het elkaar (diep) in de ogen aankijken tot een intiem moment, en het is dus niet iets wat je zomaar, lichtzinnig doet. Maar u hoeft niet bang te zijn dat ze daarom minder aandacht voor u hebben, en echte desinteresse merkt u – helaas – meestal snel genoeg!

Nog even verder met de informatie van Wikipedia want ik zie dat “in Japan men elkaar groet door een buiging te maken. In sommige gevallen veroorzaakt dit ongelukken doordat men zijn hoofd stoot”. Nu moet ik u zeggen dat ik regelmatig botsingen en aanvaringen heb met mijn brilletje, haarspelden, sjaals en andere attributen. Erger nog is het dilemma: “twee of drie zoenen?” als we Nederlanders begroeten- Zo’n net-niet-gegeven, mislukte zoen blijft nog lang in de lucht hangen.

Eigenlijk vind ik het jammer dat de klassieke handzoen is afgeschaft. Als u mij tegenkomt, nodig ik u uit mij vanaf nu op die manier te begroeten! Dan bestaat er meteen ook geen gevaar meer dat we ons vergissen in het aantal zoenen en lopen hoofden, brillen en andere zaken geen gevaar.

Um (ou dois ou três) beijinho(s), Karolien

quarta-feira, 24 de abril de 2013

Hangen (en wurgen?)


Deze keer zal ik heel in het algemeen wat schrijven over de manier waarop de meeste Nederlanders en Portugezen hun vrije tijd besteden. Dat is natuurlijk wel een beetje linke soep, want iedereen heeft daar zo zijn eigen ideeën over, maar toch hebben we door de jaren heen aardig wat verzuchtingen gehad van mensen met de éne nationaliteit over mensen met de ándere nationaliteit, die ik u niet wil onthouden.

hangen
Zo verzuchtte laatst weer iemand – en hij was zeker niet de eerste – dat Portugezen zo “hangen” als ze als groep(je) samen zijn; “alles draait om het eten, daar is steevast érg veel van zodat iedereen altijd veel teveel eet en/of drinkt en verder de hele middag helemaal niets doet, behalve hangen en kletsen, kletsen, kletsen”.

Portugezen op hun beurt hebben door de jaren heen vaak geklaagd over enerzijds het gebrek aan improvisatie en van hun Nederlandse vrienden en familie (“alles staat vast”), en anderzijds het gemis van rustmomenten in het dagelijkse leven van rennen en vliegen en “even niets meer hoeven”. Hoe vaak hadden ze geen zin meer in een etentje met die-en-die, maar was er geen sprake van níet gaan, want “afspraak is afspraak”. Of, om diezelfde reden, ondanks regen tóch moeten wandelen of buiten zijn.

In Portugal laat men de invulling van de vrije tijd dan ook wat meer van het weer afhangen; als het regent snapt iedereen dan de geplande barbecue of feestje niet doorgaat, dat wordt stilzwijgend uitgesteld tot een droge dag.

Het Nederlandse volk steekt verder – hoezeer men ook beweert dat het vandaag de dag steeds minder klopt -  veel tijd in wandelen, reizen, het bezoeken van festivals en musea, enzovoorts.
Een andere activiteit die Nederlanders tekent is lezen. Het ultieme genot van de meeste Nederlanders is “op de bank met een goed boek”. En dat is weer iets waar de gemiddelde Portugees niets van snapt. Niet dat ze niet lezen, dat doen ze best wel, maar níet in gezelschap en zeker niet zo vol overgave als de Nederlanders.

Plannen en schema’s
Ik denk dat groepsgedragingen vooral heel veel vertellen over de aandacht die binnen de cultuur waarin je opgroeit wordt gegeven aan het samenzijn. Op Nederlandse verjaardagspartijtjes bijvoorbeeld, worden spelletjes gespeeld met de kinderen en worden die op hun niveau vermaakt en bezig gehouden. Doorsnee Portugese kinderfeestjes zijn eigenlijk meer familiefeestjes, waarbij iedereen door elkaar loopt, eet en drinkt, zonder dat er (behalve natuurlijk de taart en de cadeaus) speciale aandacht is voor jarige. De kinderen vinden elkaar wel en vermaken zichzelf.



Nederlanders en Portugezen ervaren samenzijn en de invulling van vrije tijd blijkbaar op een andere manier en geven er een ander gewicht aan. Voor Portugezen geldt over het algemeen: als alles gepland en van tevoren ingevuld gaat worden is het geen vrije tijd meer. De drukke werkdagen en de avonden waarop men laat thuiskomt door de week worden in het weekend afgeschud door samen te komen, uitgebreid samen te eten en niet te hoeven voldoen aan plannen en schema’s.

De gespreksonderwerpen aan de doorsnee – Portugese én Nederlandse - lunchtafel hebben de laatste jaren natuurlijk vaak te maken met de lastige situatie waarin het land en de gemiddelde bewoner, zich bevinden – en dat onderwerp is vandaag de dag natuurlijk universeel...

terça-feira, 2 de abril de 2013

Cultuurbarbuur; “Cada roca com seu fuso, cada povo com seu uso”


Televisie aan / televisie uit?

Een van de eerste keren dat mijn man en ik bij mijn ouders gingen eten kwamen we net binnen op de tijd dat het nieuws werd uitgezonden op de televisie. Mijn ouders verontschuldigden zich en zeiden dat zij graag het nieuws wilde afzien. Dus wij gingen zitten en keken mee. Meteen toen het afgelopen was werd de televisie uitgezet. Dat was bij ons thuis de normale gang van zaken; bij bezoek, sociale contacten en gezelligheid hoort geen televisie. De televisie wordt gezien als afleiding en gaat alleen aan om een bepaald programma te zien.
Als je bezoek krijgt wil je die aandacht geven en dus gaat de televisie uit.


Ding uit
Bij veel Nederlandse vrienden gaat de televisie ook meteen uit zodra het eten klaar is en op tafel wordt gezet. Het maakt niet uit of iemand toevallig net naar een programma zat te kijken.
Voor mijn man was dat een grote schok, hij vond het eigenlijk nogal onbeschoft dat de televisie zomaar voor zijn neus werd uitgezet, zonder te vragen of hij wellicht nog iets zou willen zien.

Achtergrond
Bij de meeste Portugese families hoort de televisie juist bij het dagelijkse samenzijn in huis. Vaak wordt de televisie meteen bij thuiskomst aangezet en het kijken gebeurt op een ander niveau dan in Nederlandse families vaak het geval is; minder intensief. De televisie vormt onderdeel van de achtergrond, zoals een muziekje, een bos bloemen op tafel of – vandaag de dag – wellicht een digitale fotolijst. Een gesprek kan gewoon plaatsvinden, ongeacht of de televisie aanstaat – of misschien wel juist omdát daarop iets te zien is dat aanleiding geeft tot het gesprek. Opstaan en weglopen onder het kijken is geen probleem. Als er bezoek komt blijft de televisie aanstaan of wordt die juist aangezet, want wellicht vind de bezoeker het aanbod wel interessant.
Dat was voor mij in het begin wel wennen, mijn televisie-ervaring betekende dat we, als het “ding” aanstaat, er samen naar kijken, zonder er doorheen te praten of zomaar iets anders te gaan doen.

De intentie van het aanzetten in Portugal en het uitzetten in Nederland is eigenlijk dezelfde; ervoor zorgen dat de bezoeker zich prettig voelt!

Restaurant
Dus als u uit eten gaat in een wat volkser restaurant in Portugal, weet dan dat de televisie zeker aan zal staan. Die staat aan om het de bezoeker naar de zin te maken en wordt niet ervaren als stoorzender, zoals veel Nederlanders dat wel vinden. Als u aan de ober vraagt of de televisie uit kan worden gezet, zal hij dat niet begrijpen en het ook niet graag doen – daarmee beledigt hij namelijk de andere gasten, die het heel normaal en fijn vinden dat de televisie aanstaat; dat hoort er “gewoon” bij. 

quarta-feira, 19 de setembro de 2012

Politesse


Een prachtig woord, aangereikt door een klant met de vraag of ik daarover wat wilde schrijven. Beleefdheidsvormen en omgangsvormen: hoe krijg je gedaan wat je wilt zonder als een olifant door de porseleinkast te stampen?


Jaren geleden vroeg een cursiste aan me wat het betekende dat de Portugezen haar, bij voorkeur in een volle bus, “Sjensja” in het oor fluisterden. Ze werd er zelfs een beetje rood van en ik moest er ook wel om lachen. Maar toen bedacht ik me wat ze bedoelde: “Com licença” klinkt natuurlijk zo als het snel wordt uitgesproken. Dus ik zei haar dat het “sorry” betekent. Maar dat klopt natuurlijk niet helemaal, want “sorry” oftewel “desculpe” zeg je eigenlijk pas als je iets verkeerds hebt gedaan. “Com licença” is een verzoek om toestemming voordat je iets (verkeerds) gaat doen.
De goede volgorde is dus: Eerst “com licença” zeggen, dán op iemands tenen gaan staan en dán “desculpe” zeggen!

Als iemand je “com licença” vraagt, bijvoorbeeld om zich langs je te wurmen in die volle bus, is het goede antwoord: “se faz favor”. Ook daarmee is iets mis, want de juiste beleefdheidsvorm – de formele vorm die je aanhoudt als je iemand niet kent en dus met “o/a senhor(a)” of “você” aanspreekt – is “se faça favor”. Maar dat hoor je niet zo vaak meer, het minder formele “se faz favor” [suh faasj favoor] is helemaal ingeburgerd. Wat je daarentegen wel vaak ziet en hoort is “Faça favor de (dizer, ler, ...)”, hetgeen “zegt u het maar / leest u dit alstublieft” betekent.

Als je iemand “desculpe” wilt vragen (spreek uit als [desjkoelpuh], en niet als [desjkoelpah] want dát is de informele jij-vorm “desculpa”) verzoek je letterlijk om verontschuldiging. De juiste reactie erop is: “não faz mal” – het is niet erg. Maar dat wordt in de volksmond meestal afgekort tot iets als “faz mal”, wat dus bijna het tegenovergestelde lijkt te betekenen ....

Als je een winkel binnenstapt wil het toesnellende personeel – indien welopgevoed en ingevoerd in de politesse – je soms nog wel eens begroeten met “Pois não, minha senhora, em que posso ajudar?”. Het “pois não”, wat eigenlijk, “nee, inderdaad niet” betekent, heeft in die zin een heel andere betekenis en is bedoeld om op beleefde manier de aandacht te vragen.

Hoe kunt u nu in het dagelijks uw voordeel doen met al deze kennis?
Als u iemand op straat wilt aanspreken om iets te vragen, dan kunt u dat het beste doen door te zeggen “Desculpe (of: se faz favor), posso fazer uma pergunta?”. Als het een vrouw is, kunt u er nog “minha senhora” voor zeggen, maar zeg nooit “meu senhor” tegen een man, in dat geval is “desculpe” voldoende!

Op het terras kunt u de aandacht van de ober vangen door “se faz favor” te roepen en om in de supermarkt veilig door de nauwe gangen te laveren met uw karretje kan het geen kwaad wat “com licença”-s (uitgesproken als [kongliesensa]) rond te strooien.
En als u geholpen gaat worden door een onaardig kijkende meneer of mevrouw achter de balie van een of andere instantie, dan doet een aardig uitgesproken “se faz favor” of “com licença”, vergezeld van een glimlach, wonderen.

Om een gesprekje af te ronden is het van belang te bedenken wanneer u de persoon mogelijkerwijs weer zult zien. Aan het einde van de middag en in de avond zeg je “até amanhã” tegen een buurvrouw, maar tegen de tandarts of de baliemevrouw zeg je liever “até à próxima” of “até à vista” of, nog simpeler, “bom dia / boa tarde, obrigado!”.
Is er grote kans dat je elkaar later op de dag nog ziet, dan zeg je “até já” (tot zo) of até logo (tot straks). Als antwoord op “até amanhã” hoor je nog wel eens de toevoeging “se Deus quiser”, oftewel, als God het wil.

Let op: In het Nederlands voegen we vaak woorden als “misschien” toe aan een vraag: “kunt u me misschien vertellen hoe laat het is?”. Vertaal dat nóóit zo naar het Portugees of u wordt hartelijk uitgelachen! Een simpel “Por favor, tem horas?” is voldoende.

Desculpe als het ditmaal een wat “droog” stukje is geworden,
Um abraço e até à próxima!

Karolien


quarta-feira, 6 de junho de 2012

Lastige taalkwesties en –weetjes, deel III


Een jaar geleden blogte ik over bijna gewone werkwoorden die in de eerste persoon van de tegenwoordige tijd van klinker ruilen. Als voorbeelden gaf ik dormir; “eu durmo”, representatief voor de groep werkwoorden die eindigen  op –ir en met een o in de voorlaatste lettergreep; en vestir; “eu visto” als vertegenwoordiger van een andere groep, namelijk de werkwoorden, eveneens eindigend op –ir, met een e in de voorlaatste lettergreep. 

Het fragiele e/i-syndroom
Ik noem deze fenomenen voor de grap altijd het fragiele o/u-syndroom respectievelijk het fragiele e/i-syndroom.
Daarna zei ik dat er ook werkwoorden zijn die juist van medeklinker veranderen en verder zijn er natuurlijk nog allerlei andere onregelmatigheden, waarover ik dit keer wat meer zal vertellen.
De werkwoorden die we het meest gebruiken zijn natuurlijk ook de werkwoorden die het meeste “slijten” en in de loop van de tijd steeds onregelmatiger worden. De vervoegingen van de werkwoorden ser, estar, ter, ir en vir en andere zeer onregelmatige werkwoorden kunt u makkelijk terugvinden in iedere grammatica of woordenboek en laat ik hier buiten beschouwing. Ik vind het interessanter een zekere regelmaat te benadrukken in de niet-zo-heel-erg-onregelmatige werkwoorden.

Over de vervoegingen in de tegenwoordige tijd van werkwoorden eindigend op –ar kunnen we kort zijn: die zijn regelmatig, met uitzondering van estar en dar.

Over de groep werkwoorden die op –ir eindigen heb ik de vorige keer het meeste wel verteld.

Blijven over de werkwoorden op –er, en daarvan zijn er veel in meer of mindere mate onregelmatig, maar nooit in de wij-vorm! Er is een aantal werkwoorden dat in de ik-vorm onregelmatig is en zelfs van medeklinker verandert. De bekendste voorbeelden zijn saber (weten): “eu sei”,  poder (kunnen/mogen): “eu posso”) en perder (verliezen): eu perco. Van die werkwoorden zijn de overige vormen in de tegenwoordige tijd gewoon regelmatig.

Rare snuiters
Dan is er een groepje van drie werkwoorden die qua onregelmatigheid in de vervoegingen op elkaar lijken: fazer (doen/maken), trazer (brengen) en dizer (zeggen). Zij wijken in de eerste en derde persoon af van de regel: faço; faz / trago; traz / digo; diz. Zoals u ziet ondergaan ze in de eerste persoon een medeklinkerverandering terwijl de onregelmatigheid van de derde persoon alleen maar een eind -e betreft (wat trouwens ook geldt voor het werkwoord querer; “ele quer”). Deze eerste drie werkwoorden hebben overigens een rare afwijking in de toekomende tijd: ze verliezen een hele lettergreep en worden vervoegd als: farei; ... / trarei; ... / direi; ...

Dan hebben we ook nog de beide werkwoorden ler en ver. Gelukkig lijken die vervoegd nét zoveel op elkaar als onvervoegd, alleen de eerste persoon is anders: “eu leio” / “eu vejo”. Helaas is het werkwoord ter helemaal anders versleten... maar dat komt dan ook doordat dat werkwoord ooit uit twee lettergrepen bestond, denk maar aan de Franse vorm ervan: tener, daar zie je de neusklank terug die in de Portugese werkwoordsvervoegingen opduiken.

Genoeg voor vandaag. U ziet, als je zoekt is er in de onregelmatigheid een heleboel logica te ontdekken ;-)
Voor nu, um abraço, Karolien
Ook een taalvraag? Reageer of mail me: karolienvaneck@gmail.com