quarta-feira, 19 de maio de 2010

Letters en klanken

Gesproken taal bestaat al erg lang. Geschreven taal ook, alhoewel wat minder. Het rare is dat voor beide vormen van taal een aantal regels geldt die niet altijd met elkaar te rijmen vallen. Er is in de loop der tijd natuurlijk erg veel veranderd en ook wel misgegaan bij taal. Dingen die mensen stelselmatig fout zeggen worden na enige tijd geaccepteerd als juist. Regels over hoe we dingen moeten schrijven worden om de zoveel tijd aangepast. Ik vind het altijd erg leuk om te kijken welke dingen in een taal nou echt heel raar zijn en voor verwarring en onenigheid zorgen. Waarom schrijf je “echt” en “zegt” terwijl je hetzelfde hoort? In het Engels doen ze het vaak omgekeerd; dingen die je precies hetzelfde schrijft, op verschillende wijze zeggen, denk maar aan “laughter” en “daughter”, en ga zo maar door.
Het Portugees doet natuurlijk ook mee, alhoewel ik vind dat het geschreven Portugees wel een redelijk hoog “what you see is what you get” – gehalte heeft, als je eerst de regels tenminste even hebt doorgrond. In het Frans gaat een geschreven woord vaak nog een heleboel letters door terwijl je mond allang stilstaat, maar in het Portugees is de laatste geschreven letter ook de laatste die je hoort.

Het Portugees en het Nederlands hanteren hetzelfde alfabet (oké, tot voor kort bestonden de K, Y en W niet in het Portugese alfabet, maar dat is met de nieuwe spellingsregels opgelost, hebben die tenminste íets goeds gebracht!). Maar de vorm die de klank in het echt aanneemt is heel anders. Een Nederlandse ui klinkt heel anders dan een Portugese ui en toen mijn moeder op bezoek was en onze oudste net met die klank bezig was moest ik haar de mond snoeren, in het Portugees klinkt het namelijk als “oei” en dat wilde er bij haar maar moeilijk in! Vandaar overigens dat een vriend die met de auto naar Nederland kwam, erg benieuwd was naar de stad “Oeit” waar bij iedere afslag naar werd verwezen!

Soms is het geen kwestie van hoe je dingen schrijft, maar ligt het simpelweg aan ons onvermogen om klanken daadwerkelijk te onderscheiden of uit te spreken. Een aantal Nederlandse klanken bestaat helemaal niet in het Portugees. Zo ging een collega iedere maand met goede moed de “huuuuuur” betalen, en toch klonk het iedere keer weer alsof hij de “hoer” wilde betalen ...

Het zal u vast wel eens zijn overkomen dat u iets zegt in het Portugees en de ander verbetert u lachend, terwijl u absoluut geen verschil hoort in hetgeen u zei en dat wat de ander zegt. Mijn man en kinderen hebben dat onder meer met de v en de w in het Nederlands. Het verschil tussen bewolking en bevolking horen ze nauwelijks en ze kunnen het ook niet goed zeggen.
Helma, de juf die mijn kinderen elke zaterdag Nederlandse les geeft op het NOB-schooltje in Rio Maior was bezorgd om mijn jongste die woorden als “goed” en “geven” met een r aan het begin schreef, en woorden als “rat” en “roet” juist met een g. Dat komt omdat in het Portugees de begin-r bijna net zoals een Nederlandse g wordt uitgesproken. We zullen extra aan zijn woordbeeld moeten gaan werken!

Onze Nederlandse h is echt een vreselijke letter voor buitenlanders. In het Portugees is dat de enige letter die stom mag zijn (behalve in combinatie met l, c en n) maar in het Nederlands natuurlijk niet. Portugezen die ermee worstelen gaan vaak overcompenseren door in woorden die met een klinker beginnen, een h toe te voegen aan de uitspraak. Dat hoor je trouwens ook vaak als Portugezen Engels spreken.


Mijn leerling Hans moet iedere keer weer lachten als hij als “senhor Ans” wordt aangesproken. Maar hij zegt wel héél gelukkig te zijn dat hij niet in Spanje woont, want daar wordt de begin-h uitgesproken als een g!!!! En “señor Gans” klinkt toch meteen een stuk minder leuk!

Tot de volgende keer,
abraço, Karolien

quarta-feira, 12 de maio de 2010

Bericht uit de bajes

Soms wordt ik gebeld uit de bajes en meestal hoor ik dat al snel aan de speciale achtergrondgeluiden. Het zijn Nederlandse jongens die bellen uit Portugese gevangenissen. Zij zijn veroordeeld voor – bijna altijd – drugsmisdrijven en als hun vonnis eenmaal is bepaald en in kracht van gewijsde is gegaan, hebben zij op grond van internationale wetgeving de mogelijkheid om hun straf uit te zitten in een gevangenis in het land van herkomst. De rechterlijke macht in Nederland moet het proces zoals het is gevoerd natuurlijk wel kunnen begrijpen, om dan op grond van de Nederlandse regels de bijbehorende straf te bepalen. En dus moet het hele proces naar het Nederlands worden vertaald – en bellen ze een vertaler.

Bij ons eerste contact proberen de gedetineerden mij vaak van hun onschuld te overtuigen. Ik zeg dan meteen dat het gelukkig niet mijn werk is om te bepalen of ze al dan niet juist zijn be- en veroordeeld, maar dat ik ze graag verder help door te doen waar ik goed in ben, vertalen.

En dan beleef ik avonturen ...

Ik werd gebeld door de vrouw van een gedetineerde met de vraag of ik voor de vertaling van het proces zorg wilde dragen. Het ging om de handel in drugs en het was een zeer omvangrijk geheel waar ik een tijd mee zoet was. In zo’n proces staat een heleboel persoonlijke informatie over de betrokkenen, de vuile was hangt echt helemaal buiten en er blijven weinig geheimen meer over. Uit het verhaal bleek dat mevrouw zelf ook in dezelfde zaak veroordeeld was en voorwaardelijk op vrije voeten was gesteld. Toen de vertaling klaar was wilde ze die persoonlijk gaan overhandigen bij de Procuradoria Geral da República (die vervolgens zorg draagt voor de verzending naar Nederland).

Ze vroeg of ik mee wilde gaan om haar te helpen alles nog eens toe te lichten en aan te dringen op snelle afwikkeling van de zaak van haar man. We troffen elkaar op een station midden in Lissabon en ze leidde me naar een klein zwart autootje dat midden op de stoep zéér fout geparkeerd stond. Daar zat een snel ventje in met een heel donkere zonnebril. Ik haalde even diep adem: zou ik nu echt instappen, bij een veroordeelde drugsdealer, in een huurautootje met een nogal link uitziend kereltje?

Ik overwoog om het nummerbord achteloos op te nemen en een stiekem SMS-je naar mijn man te sturen, maar voordat ik een besluit kon nemen duwde mevrouw me min of meer op de achterbank en scheurde Jos Verstappen weg.

Vreugdedans
Midden in een van de drukste straten van Lissabon stapten we zomaar uit en staken we over want “het was dáááár”. Gelukkig was alles in orde, de papierwinkel bleek compleet, het proces zou in gang worden gezet en weer buiten deed mevrouw tot immens grote vreugde van het langsstromende verkeer een uitgebreide vreugdedans...

Ik heb nog vage beelden van de terugreis naar het station met een paar spannende momenten want “eigenlijk had je hier geloof ik rechts gemoeten”. Toen ik uitstapte kreeg ik twee zoenen en wisten we even niet wat we moesten zeggen, want “tot ziens” leek niet echt op z’n plaats...

Huwelijksaanzoek?

In weer een andere zaak kreeg ik een paar weken nadat ik mijn vertaling had verstuurd een telefoontje van de klant dat hij heel blij was met de ontwikkelingen. Hij sloot af met de opmerking: “Jij bent een goede vrouw voor mij”. Beter nog, hij zou iedereen in de bajes vertellen wat een goede vrouw ik was. Ik kon alleen maar hopen dat hij op mijn kwaliteiten als vertaalster doelde ...

Als u vanaf nu niets meer van mij verneemt, dan is het mogelijk dat een van mijn volgende avonturen niet goed is afgelopen. Ik troost me maar alvast met de gedachte dat ik “een goede vrouw” ben geweest :-)


Dááág, abraço, Karolien

quarta-feira, 5 de maio de 2010

Koele mama

Sinds kort weet ik dat ik cool ben. Wat is namelijk het geval? Ik keek naar een televisieprogramma waarin jonge mensen laten zien dat ze kunnen zingen (of niet) en een van de kandidaten gaf steeds het antwoord “ja” als ze iets wilde bevestigen. Nou klonk dat niet als ons Nederlandse “ja”, het klinkt meer als “iehjahhhh”. Maar goed, de presentatrice vond dat “muito cool!”

Afrikaanse wortels

Nou is dat helemaal niets nieuws, want sinds jaar en dag gebruiken heel veel Portugezen “ja” als bevestigend antwoord. Het woord is meegenomen door de (Portugese) Afrikanen die in Portugal een beter leven zochten en zoeken. Na het beëindigen van de koloniale oorlogen (kort na de Anjerrevolutie van 1974) waren dat vooral veel Portugezen die soms al generaties lang in Angola en Mozambique woonden en nu “terugkeerden” naar Portugal: de zogenaamde retornados. En natuurlijk komen al jarenlang heel veel Angolezen en Mozambikanen, en ook Kaapverdianen en mensen uit Guiné Bissau en São Tomé e Príncipe naar Portugal. Met hen kwamen een heleboel nieuwe woorden en uitdrukkingen waarvan er veel in het hedendaagse Portugees een plekje hebben gevonden. Zo ook “ja” dus (wellicht onder invloed van het Afrikaans, dus via Zuid-Afrika naar Mozambique?). Maar “ja” is nog niet echt helemaal gewoon, het is nog steeds wel een beetje cool om het te gebruiken. En dus ben ik ook cool, want als ik bij de school op mijn jongens sta te wachten en een van hen stelt me een vraag, dan beantwoord ik die meestal in het Nederlands, dus “ja” of “nee”.

Fixe is cool

Maar er zijn natuurlijk veel meer voorbeelden van coole uitdrukkingen in de Portugese taal, zo betekent het woord “fixe” (spreek uit: fiesh) iets erg leuks, fijns, cools, etc. Als een vriendje van mijn kinderen vertelt dat hij of zij jarig is, zeg ik natuurlijk niet “oh wat fijn voor je, van harte gefeliciteerd en ik wens je een heel fijne dag” ofzo, nee ik knik en zeg: “fixe!” – want dat is pas cool.

Als je iets héél erg fixe vindt, kun je er “bué de” voorzetten, en dan zeg je gewoon “Acho isso bué de fixe”. Je kunt fixe natuurlijk vervangen voor ieder ander bijvoeglijk naamwoord. Je hoort ook vaak bué da huppeldepup, (da met een a in plaats van met een e), maar dat is wel weer érg cool; wie weet draaf je dan – als buitenlander en/of op leeftijd – je doel wel voorbij. De uitdrukking “bué de” (spreek uit boeweh-duh) komt oorspronkelijk uit Angola en betekent veel (vgl. het Franse “beaucoup”). De Portugezen gebruiken het trouwens ook zonder “de” en zeggen dan bué bonito, bué livros, maar dat is volgens de kenners verkeerd (zie o.a. www.ciberduvidas.com).

114-20061024-acf89d.jpg lekker bij mama slapen image by aylah_2008

brrrrrrrrrrr

Even terug naar mijn cool-gevoel. Want de presentatrice sprak dát woord namelijk erg overdreven netjes op z’n Engels uit – zoiets als khoehl dus. Mijn kinderen doen dat niet zo netjes, en ik ben bang dat dat komt omdat het woord natuurlijk erg veel lijkt op een Nederlands woord dat weer iets heel anders betekent ... en zo vrees ik dat ik, als het aan mijn jongens ligt, waarschijnlijk eerder een “koele mama” ben.

Um (warme) abraço, Karolien

sábado, 24 de abril de 2010

Mens, “ER”ger je niet … of: Waar een klein woord groot in is

Ik kreeg een mailtje van een kennis waarin de volgende zin stond: “Om 12 uur is er een pauze waarin we erop toezien dat er een broodje gegeten wordt”.

Nou vind ik dat een prachtig voorbeeld om te laten zien dat het Nederlands, dat wij allemaal min of meer probleemloos leerden toen we nog jong(er) waren, helemaal niet zo’n probleemloze taal is ...

Ingewikkeld

Mijn leerlingen klagen er namelijk regelmatig over dat het Portugees zo ingewikkeld is! Voortaan ga ik ze dan met bovenstaande zin om de oren slaan. Wat is er namelijk aan de hand? Er staat wel 3x het woordje “er” in die zin. En waarom staat dat daar, wat is dat voor raar woordje en waarom kan het niet gewoon weg? Ik ben maar eens op zoek gegaan op het onvolprezen Internet en vind dat het woord “er” op wel vijf manieren gebruikt wordt in de Nederlandse taal, waaronder als onderwerp van een passieve zin (het geval bij de zinsdelen “om 12 uur is er een pauze” en “dat er een broodje gegeten wordt”). Over het stukje “waarin we erop toezien” kan ik nog zeggen dat het woord “er” hier een verbinding is aangegaan met het voorzetsel “op”, dat op zijn beurt weer hoort bij het werkwoord “toezien op”. Niet echt makkelijk aan een buitenlander uit te leggen dus!

Se, se, se en nog eens se

Kijken we nu eens naar een lastig geval in de Portugese taal. Ik denk meteen aan het woord “se” (waarmee we in het Groot Woordenboek Portugees Nederlands van Prisma een halve pagina wisten te vullen). We behandelden eveneens vijf verschillende functies van dat woordje, waarvan drie verschillende soorten voornaamwoorden (het onbepaald voornaamwoord “men” of “je, in zinnen als: Aqui fala-se Português - hier spreekt met Portugees; het persoonlijk voornaamwoord “elkaar”, en nog een ander voornaamwoord), het voegwoord “als / indien” (met zes verschillende betekenissen)! Het woord “se” is verder natuurlijk ook een wederkerend voornaamwoord en hoort ook nog bij een aantal werkwoorden als “perguntar se” (vragen of) en “saber se” (weten of).

Hobbels

Kijk, er zijn mensen die nu afhaken (of al hebben afgehaakt, sorry!!!) maar wat ik ermee wil zeggen is dat beide talen een aantal struikelblokken heeft die voor niet-moedertaalsprekers erg lastig zijn. En sommige lijken weliswaar klein van stuk (wat zijn nou 2 lettertjes?) maar blijken flinke hobbels om te nemen!

En dat leidt er weer toe te zeggen dat je om een taal als het Nederlands of het Portugees (goed...) wilt leren, een “open mind” moet hebben en dit soort hobbels eigenlijk moet omarmen als interessante uitdagingen.

Ooit had ik een leerlinge die zich in Portugal eigenlijk niet zo goed thuis voelde; ze miste haar familie en haar werk en voelde zich wat nutteloos in haar nieuwe leven. Maar ze “moest” de taal natuurlijk wel leren ... u voelt het al, ze verzette zich tegen alle kleine en grote hobbels en bekritiseerde alles wat voortkwam uit een andere logica dan die van haar eigen taal.

Liefde

Zoals ik u al eerder probeerde te zeggen, je moet “amor à camisola” hebben om een nieuwe taal te leren, oftewel je moet je ervoor inzetten - maar wel met liefde!

Um abraço, Karolien

quarta-feira, 14 de abril de 2010

Kennis van taal

Via mijn lieve vriend Constant Coolsma kreeg ik het volgende bericht toegemaild dat hij via de Wereldomroep had gelezen:

“ Tweetalig onderwijs goed voor hersenen.

Kinderen die al op jonge leeftijd tweetalig onderwijs krijgen, hebben een beduidend grotere leercapaciteit dan enkeltalige leeftijdgenootjes. Dat zeggen onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel. In Vlaanderen lopen momenteel enkele proeven waarbij een deel van de lessen in het Frans wordt gegeven. Kinderen blijken de lessen in een vreemde taal zelfs beter te onthouden dan in hun eigen taal. Dat komt volgens de onderzoekers doordat de hersenen actiever moeten zijn tijdens de anderstalige les. Ze vergelijken het met sport: hersenen die geprikkeld worden presteren beter, zoals de spieren van een atleet groeien door training.”

Dat kinderen die opgroeien met twee talen beter presteren op school had ik al eerder gehoord. Mijn eigen kinderen hebben wel eens als proefkonijn gediend voor een student aan de Universiteit van Utrecht die precies daarnaar onderzoek deed. Voor een deel is die betere perceptie te verklaren uit het feit dat kinderen die opgroeien met meerdere woorden voor één en hetzelfde concept, beter kunnen abstraheren. Een ding dat (in het Nederlands) “brood” genoemd wordt, kun (en moet) moet je - in Portugal - “pão” noemen, en dus is de relatie concept/woord niet eendimensionaal, maar kunnen meerdere woorden verwijzen naar hetzelfde concept. Dat helpt tweetalige kinderen vervolgens ook bij het begrijpen van minder tastbare concepten en zeker ook bij het leren van nog andere talen.

Zoals u weet vind ik taal erg interessant; het is een middel waardoor een groep mensen elkaar kan begrijpen. Het rare is dat andere mensen, uit een ander taalgebied, die wellicht dezelfde zienswijze hebben en hetzelfde denken over een heleboel dingen, slechts door het feit dat ze toen ze opgroeiden een andere taal hoorden, die ene groep absoluut níet kunnen begrijpen. Ze horen maar wat klanken en weten niet hoe die te interpreteren ...

Een paar jaar geleden was ik op vakantie in Turkije en bevond ik me dus in de situatie dat ik géén idee had waarover de mensen om mij heen zoal spraken. Ik moet zeggen dat ik dat zo voor een korte tijd heerlijk vond! Meestal ben ik in de situatie dat ik – in internationale omgeving – juist degene ben die alles van iedereen begrijpt (of: zou moeten begrijpen). Het feit dat men “brood” in Turkije “ekmek” noemt vond ik bijvoorbeeld bijzonder vermakelijk – die klank lijkt in niets op wat ik met “brood” associeer ...

Ooit was ik in het Noorden van Portugal in een heel klein dorpje. Een oud mannetje zat op een bankje in de middagzon en ik ging naast hem zitten en knoopte een praatje aan. Hij bekeek me en constateerde toen dat ik niet uit het dorp kwam. Nee, zei ik, ik kom niet uit het dorp. Ik vertelde dat ik uit Nederland kwam en probeerde uit te leggen waar dat was. Eerst door Spanje, dan door Frankrijk, België en dan kom je in de buurt. Hij vond het heel interessant. Wat spraken ze dan in dat verre land? Ik legde verder uit, dat het Nederlands een eigen taal is, weliswaar verwant aan het Duits, wel wat weg van het Engels, ... Het was lange tijd stil. Toen sprak hij verwonderd: “ik wist niet dat het Nederlands zo makkelijk te begrijpen is, we zitten al een hele tijd te praten, en alhoewel u anders klinkt dan ik kan ik u eigenlijk heel goed begrijpen!”.

Ik had niet de moed hem te vertellen hoe de vork precies in de steel zit ... en ik hoop dat hij veel succes heeft geoogst onder zijn dorpsgenoten, met zijn mededeling dat hij vloeiend Nederlands verstaat!



Um abraço, Karolien

terça-feira, 13 de abril de 2010

Liefde voor taal

Er zijn van die zinnen die je bijblijven. Gisteren in de auto hoorde ik op de radio Ella Fitzgerald “Cry me a river (‘cause I cried a river over you)” zingen (lang niet gehoord!!) en werd even stil van die zin, onvertaalbaar in zijn eenvoud. En op aanraden van een vriendin beluisterde ik “dochters” van Marco Borsato, waarvan de zin “wat staat de tijd haar goed” mij raakte. Van de Nederlandse tekstschrijvers vind ik Herman van Veen ook heel bijzonder. Hij heeft van een aantal Franse chansons Nederlandse versies gemaakt die ongeëvenaard mooi zijn.

Toen mijn oudste klein was zong ik altijd hetzelfde slaapliedje van José Afonso voor hem (“Dorme meu menino, a estela d’Alva já a procurei mas não a vi...”) en dat hielp hem om rustig te worden. Ik heb die tekst geprobeerd te vertalen naar het Nederlands en er zelfs met een bevriend tekstschrijver naar gekeken. Resultaat: ik heb een aantal versies liggen maar geen een is zo mooi – en simpel - als het origineel.

Even terug naar een meer platvloerse benadering van taal. Ik wil dit keer met u kijken naar een paar voorzetsels. Zinnen bestaan uit informatie-eenheden die aan elkaar worden geplakt door hulpstukjes. Voorzetsels zijn een voorbeeld van zulke hulpstukjes. Weet u nog wat voorzetsels zijn? Dat zijn woordjes die je met “de wagen” kunt combineren, “op de wagen”, “in de wagen”, “aan de wagen”, “bij de wagen”, “met de wagen”, enzovoorts.

Een definitie om het nog duidelijker te maken: (Onze Taal:) “Voorzetsels drukken de relatie uit tussen de woordgroep waar het voorzetsel deel van uitmaakt en een ander element in de zin. Voorzetsels zijn bijna altijd onderdeel van een woordgroep waarin het hoofdwoord een zelfstandig naamwoord is”.

In het Portugees wordt een aantal voorzetsels op een veel logischer manier gebruikt dan in het Nederlands. In het Portugees wordt de plaatsbepaling – waar bevindt zich iets of iemand - altijd aangeduid met het voorzetsel “em”, terwijl in het Nederlands je “op straat” loopt; “in huis” bent; “aan de universiteit” studeert; en “bij de bank” een rekening hebt lopen.

Zit er beweging, bestemming of richting in het werkwoord, dan heb je in het Portugees “para” of “a” nodig (“naar”, “voor”, “om te”). En kijk je naar de herkomst of oorsprong, dan gebruik je “de” (“van” of “uit”). Dit is natuurlijk allemaal erg kort door de bocht – sla het groot Prisma Woordenboek Portugees er maar eens op na! – maar daarom niet minder waar.

Leuk en veel ingewikkelder wordt het als voorzetsels zich aan werkwoorden verbinden en daar een geheel nieuwe betekenis aan geven. Kijk maar eens bij het werkwoord “dar” (geven) dat in combinatie met diverse voorzetsels omgetoverd wordt tot “uitkijken op” (dar para), aantreffen (“dar com”), opmerken (“dar por”), resulteren (“dar em”) en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Heel interessant, maar helaas een nachtmerrie voor wie zich de taal van Camões probeert eigen te maken.

In het Portugees dromen mensen niet van of over elkaar, maar mét elkaar (“sonhar com”), wat natuurlijk veel gezelliger is! Omgekeerd gaan in Nederland de mensen “met de auto” (oh nee, sorry, “met de fiets” natuurlijk!) ergens naar toe, terwijl als we dat letterlijk zouden vertalen, een Portugees begrijpt dat de auto gezellig samen met je mee reist. In het Portugees reis je namelijk “de carro” of “de bicicleta”, alhoewel dat laatste maar mondjesmaat!

Um abraço, Karolien

Break a leg!

(Column uit 2008)

Als je dat zegt, wens je iemand veel geluk toe! Ik heb mij hierdoor laten inspireren ... en mijn linkerarm gebroken. Nu type ik dus een heel stuk langzamer (pas over 10 dagen mag het gips eraf), maar goed, ik type tenminste nog wel! Eerder dit jaar had ik een heel hardnekkige ontsteking in mijn buik, dus inmiddels heb ik het ziekenhuis hier in Caldas da Rainha een heel stuk beter leren kennen (beter dan ik zou willen). Maar dat is wel weer een voordeel, dat ik graag met u deel!

Stel u valt en breekt een arm (klinkt me pijnlijk bekend in de oren): Ten eerste is daar het dilemma: wat doe je en waar ga je naar toe? In Nederland zou ik de huisartsenlijn bellen, maar die is hier niet. Als u naar uw Centro de Saúde gaat dan sturen ze u waarschijnlijk meteen door, want daar worden alleen de gewone gezondheidsproblemen behandeld. Dus is de urgência (eerstehulpafdeling) van het dichtstbijzijnde ziekenhuis de enige oplossing. En daar is het een komen en gaan ...

Elk vakgebied heeft zijn eigen taal of jargon, zo ook de medische wereld en als je de urgência binnenwandelt is het zaak je die taal snel eigen te maken. Meteen bij binnenkomst wordt gevraagd om de cartão de utente (bewijs van opname in het nationale ziekenfondssysteem). Hebt u die niet dan wordt samen uigezocht hoe het zit met de ziektekostenverzekering, maar dat is een heel ander onderwerp waarmee ik u vandaag niet wil vervelen.

Na deze eerste registratie wordt u al snel opgeroepen voor de triagem. Een arts of verpleegkundige bepaalt hoe urgent uw geval is en door wie u verder moet worden geholpen (voor gebroken armen en benen enzo is dat natuurlijk de afdeling imagologia voor een röntgenfoto en verder de ortopedista). Bij de triagem gaat u in principe alleen naar binnen (bij kinderen mag natuurlijk een ouder mee en als er taalproblemen zijn mag iemand mee om daarmee te helpen). U krijgt een stickertje opgeplakt met het n.º de episódio en uw gegevens erop.

Aan het einde van uw avontuur moet u een eventueel recept voor medicijnen bij de receptie laten voorzien van een stickertje of stempel en u moet natuurlijk betalen; de taxa moderadora (eigen bijdrage) als u in het Portugese ziekenfonds bent opgenomen, of de volledige prijs van het consulta en/of de uitgevoerde exames of tratamentos. Voor ziekenfondsverzekerden gaat het gelukkig om lage bedragen, want alle noodzakelijke medische hulp is in Portugal comparticipado.

Misschien hebt u een credencial gekregen, een verwijsbriefje voor verdere behandeling of voor een consulta externa. Die krijgt u trouwens ook van uw huisarts als die u doorverwijst naar een specialist of bijvoorbeeld naar een clínica de análise.

Alle foto’s en resultaten krijgt u overigens mee naar huis, u moet er zelf voor zorgen dat u de juiste informatie de volgende keer weer meeneemt.

En ik beloof u dat ik het de volgende keer weer over wat anders zal hebben. Tot die tijd: (Don’t) break a leg! en u krijgt dit keer van mij maar een halve abraço!

Karolien