Over de eigenaardigheden van de Nederlandse en Portugese taal en cultuur, bezien door de ogen van een vertaalster. «Já que se há de escrever, que pelo menos não se esmaguem com palavras as entrelinhas» (C. Lispector)
terça-feira, 16 de agosto de 2011
Nieuwe spellingsregels voor de Portugese taal (Novo Acordo Ortográfico)
sábado, 2 de abril de 2011
Emotietaal
sexta-feira, 7 de janeiro de 2011
Een kijkje in de keuken van de tolk

Het moet niet te lang duren
Je kunt ook fluistertolken, waarbij je naast of achter een aanwezige zit en op fluistertoon vertaalt wat de spreker zegt. Dat heb ik eens gedaan bij een persconferentie waarbij een Nederlandse staatssecretaris aanwezig was die graag wilde weten wat zijn ambtgenoten en hun woordvoerders de pers voorschotelden. Het nadeel is dat je toch een stoorzender bent voor de spreker, zeker als je dicht bij hem of haar in de buurt zit te fluisteren.
Tolk, in je hok!
Vanaf toen heb ik vaker tolkwerk vanuit de cabine gedaan. Je hoort door de koptelefoon een toespraak in, bijvoorbeeld, het Portugees en je spreekt meteen de vertaling daarvan in de microfoon. Meestal krijgen we van tevoren de teksten van de sprekers en kunnen we ons enigszins voorbereiden. Het is hoe dan ook zeer intensief werk waarbij je na zo’n 20 minuten echt even moet pauzeren. Je zit dan ook altijd met een collega samen in de cabine. Het zijn piepkleine ruimtes waar je alles wat je niet strikt nodig hebt maar beter buiten kunt laten staan. We proberen elkaar zoveel mogelijk te helpen door termen op te zoeken, snel dingen voor elkaar op te schrijven en verder vooral héél stilletjes te zitten en zo weinig mogelijk afleiding te veroorzaken. De lust tot om-me-heen-meppen heeft me meer dan eens bevangen als er iets onverwachts gebeurt terwijl ik diep geconcentreerd aan het tolken ben.
Um abraço, Karolien
quinta-feira, 25 de novembro de 2010
Lang leve de sociale voorzieningen!
José is visser. Maar hij is ook gehandicapt want hij mist bijna al zijn vingers. Door een vreemde speling in zijn lot werd hij geboren met twee klauwen in plaats van handen. Zijn ene hand bestaat uit een enorme duim en een bundeltje waarin de aanzet van drie vingers te herkennen is en zijn andere hand heeft de vorm van een grote V.
José is ook erg arm en moest al vroeg met zijn familie mee om de zee op te zorgen dat er ’s avonds wat te eten zou zijn. Als snel begreep hij dat hij buiten Portugal sneller en meer geld kon verdienen en hij monsterde aan op de grote vaart. Jarenlang voer hij de hele wereld over en een groot aantal van die jaren werkte hij in opdracht van een Nederlands bedrijf, met collega’s van allerlei nationaliteiten en achtergronden. Totdat het echt niet meer ging en hij op z’n vijfenvijfigste terugkeerde naar Portugal. Van de Portugese staat ontving hij vervolgens een invaliditeitspensioentje en zijn vrouw “deed een paar huizen” zodat ze net rond konden komen.
Op een dag stond José bij mij op de stoep met een brief van een Nederlandse uitvoeringsinstantie , waaruit bleek dat hij tot aan zijn pensioneren recht had (heeft) op een arbeidsongeschiktheidsuitkering uit Nederland. Hij snapte de brief maar nauwelijks en geloofde het bijna niet toen ik die voor hem vertaalde.
Hij bedankte me hartelijk voor de tijd die ik had besteed aan zijn bezoek en vroeg me wat de kosten waren. Ik noemde een bedrag en zei dat dat mijn uurtarief was. Hij vroeg of ik hem verder kon helpen met alle correspondentie rondom zijn uitkering en ik meldde dat ik dat zou doen en dat ik steeds als ik een uur werk aan hem had besteed, ik dat zou zeggen, zodat hij me kon betalen en kon bekijken of hij me verder nodig had.
Een lange tijd van wachten, brieven, e-mails, telefoontjes van hem naar mij en van mij naar de uitvoeringsinstantie, bezoekjes en gesprekken brak aan. Doktersonderzoeken moesten worden vertaald en brieven van de Portugese overheid overgelegd. Ik besteedde zo’n 10 uur aan zijn zaak en iedere keer had hij netjes een envelop met geld bij zich als hij weer langs kwam voor een volgende stap in het proces.
Na ongeveer een jaar kwam het verlossende antwoord, niet alleen had José recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, hij had er zelfs recht op met terugwerkende kracht. Met tranen in zijn ogen luisterde hij naar dit geweldige nieuws: iedere maand een vaste uitkering en ook nog een flink bedrag ineens als compensatie voor de afgelopen jaren. Dat bedrag werd niet aan José betaald, maar aan de Portugese sociale dienst die er het tot nu toe aan José betaalde invaliditeitspensioentje mee zou verrekenen, waarna José de rest zou krijgen.
Kort geleden stopte een nieuwe auto voor mijn deur en een stralende José, met zijn vrouw, stapten uit. Als dank voor mijn werk en hulp kreeg ik een laatste envelop, terwijl ik geen werk meer voor hem had gedaan. Ik protesteerde, maar hij wilde er niet van weten en drukte het geld in mijn handen.
Ik heb het maar aangenomen, met dank aan de sociale voorzieningen. Wat héb ik toch leuk werk!
Um abraço, Karolien
sábado, 2 de outubro de 2010
What’s in a name …
Mensen hebben rare namen... Ik moest laatst een hypotheekaanvraag vertalen voor een meneer Leenman, en in de gevangenis zit een jongen die “Treurniet” heet …
Mijn moeder, vroeger onderwijzeres, kan smakelijk vertellen over de kinderen die zij in de klas had. Zo had ze een “Laetitia Louise Maria Naaktgeboren” in de klas en werd “Raymond Vethaak” verbasterd tot “Raaimondje”.
Een Portugees kind kan maximaal zes namen krijgen, waarvan er twee eigennamen zijn en de overige (maximaal vier dus) familienamen.
De eigennamen moeten voldoen aan de officiële Portugese spellingsregels en wat betreft de eerste eigennaam mag er geen twijfel zijn over het geslacht van het kind (dus “João Maria mag bijvoorbeeld voor een jongen en “Maria João” voor een meisje). Er is een lange lijst met namen en schrijfwijzen die wel en niet zijn toegestaan en die bekeken kan (moet) worden voordat het kind wordt geregistreerd.
De laatste jaren zijn voor jongens de oude koningsnamen weer helemaal “in” (Afonso, Henrique, Dinis”). Bij meisjes staat Maria als sinds jaren met stip op nummer één. Ik las op een forum dat in de afgelopen 100 jaar er 2.420.829 Maria’s in Portugal werden geboren.
Buitenlandse namen zijn in originele spelling alleen toegestaan als het gaat om een kind dat in het buitenland werd geboren of geregistreerd of een kind waarvan een van de ouders (ook) een andere dan de Portugese nationaliteit bezit.
Als achternamen mogen de ouders kiezen uit vier van de achternamen die in hun familie voorkomen, en de volgorde ervan mag vrij worden bepaald. Zo kun je dus een naam van je opa, die je zelf niet hebt gekregen, wel weer aan je kinderen geven. Opvallend veel achternamen hebben van doen met bomen en planten, denk aan Pereira, Oliveira, Silva, Figueira, en natuurlijk zijn er ook erg veel namen van religieuze komaf, zoals bijvoorbeeld da Cruz, de Deus, Ramos, dos Anjos, dos Santos, enzovoorts. De tussenvoegsels mogen overigens zonder problemen worden weggelaten en gelden niet als namen.
De Nederlandse wetgeving met betrekking tot de voornaamgeving is, zo valt te lezen op de site van het Meertens Instituut, “te typeren als een 'alles mag, behalve'-constructie, dit wil zeggen: alle voornamen zijn toegestaan, maar er zijn twee uitzonderingen. De ambtenaar van de burgerlijke stand mag een voornaam niet accepteren wanneer die ongepast is of wanneer die overeenkomt met een bestaande achternaam als die niet ook als voornaam gebruikelijk is. Met betrekking tot het aantal te geven namen kent de wet geen beperkingen.”
Dus kan het voorkomen dat een kind drie of zelfs nog meer voornamen heeft. De achternamen zijn daarentegen weer simpel, in principe heeft iedereen één achternaam, die van zijn vader of van zijn moeder, alhoewel er ook wel families zijn met een dubbele achternaam.
U zult in Portugal allemaal wel eens een situatie mee hebben gemaakt waarin er verwarring was over uw naam. Als u uw naam moet opgeven voor algemene doeleinden (een openbaar vervoersbewijs bijvoorbeeld) moet u altijd uw hele naam voluit opschrijven, voorletters worden zelden geaccepteerd.
Alfabetische namenlijsten worden overigens doorgaans op voornaam geselecteerd, houd daar rekening mee als men naar uw registratie zoekt ...
Maar troost u, het kan veel verwarrender! Ik lees op Wikipedia dat in Indonesië de achternaam niet noodzakelijk een familienaam is en dat daardoor de combinatie van voor- en achternamen de identiteit van de persoon bepalen. En soms heeft een Indonesiër maar één naam, zodat van een "voornaam" geen sprake kan zijn. En in Rwanda wordt de achternaam doorgaans bepaald aan de hand van opvallende gebeurtenissen rondom de geboorte, een zegenwens voor de nieuwgeborene of een indruk die de naamgevers van een pasgeboren kind hebben. Zo kan een boreling die vaak lacht de naam Tuyishime krijgen: hij die gelukkig is.
Dat is natuurlijk wel zo makkelijk: ik weet bijvoorbeeld nog niet zo zeker of meneer Treurniet wel voldoende redenen heeft om níet te treuren ... En ik weet ook niet of meneer Leenman er wel in is geslaagd de hypotheek te krijgen die hij nodig heeft...
Dan lijkt mevrouw Naaktgeboren toch opeens heel gewoontjes, vindt u niet?
Abraço, Karolien
terça-feira, 14 de setembro de 2010
Lees teken - Over spaties, komma’s en uitroeptekenergernissen

Snapt u ook soms berichten niet of niet meteen omdat woorden niet aan elkaar geschreven zijn die dat wel hadden gemoeten? Dat levert hilarische teksten op. Zie bijvoorbeeld de titel van dit stukje, er staat: “lees teken”. Deze bijdrage kan dus zomaar een stukje over teken worden. Nu zijn dat heel vervelende beestjes en regelmatig moeten we er een paar van de hond - en als we dan toch bezig zijn ook van onze eigen benen en pijpen – plukken. Ik ben meteen informatie gaan opzoeken over de teek, maar werd daar al snel zo kriebelig van dat ik graag weer terugkeer naar mijn leest..., uhhh lees-teken dus.
Maar eerst nog even over die spaties: Over het onjuiste gebruik daarvan is begin april een boek verschenen onder de vrolijke titel “weg om legging”. Op de site www.spatiegebruik.nl kun je de leukste voorbeelden vinden van woorden-met-een-spatie-te-veel. Wat denkt u van de “laatste school dag” en een cursus “naakt model tekenen”? Er wordt gelukkig ook verteld hoe het moet: “Een samenstelling is een woord dat is opgebouwd uit twee of meer woorden die ieder zelfstandig kunnen voorkomen. Denk aan woorden als tuinbroek (tuin+broek) en badslippers (bad+slippers). Samenstellingen worden in het Nederlands altijd aan elkaar geschreven, om zo aan te geven dat de woorden van de samenstelling bij elkaar horen. Eventueel kan een koppelteken worden gebruikt om de opbouw van de samenstelling duidelijker te maken, maar het gebruik van een spatie in het samengestelde woord is altijd fout”.
Zo, nu kunt u in ieder geval niet zeggen dat u het niet wist. Meteen is overigens duidelijk dat dit probleem nooit zal voorkomen in een taal waar de woorden niet aan elkaar geplakt worden. Een Portugese vertaling van het boek zal er bijvoorbeeld nooit komen.
Maar goed, we hadden het dus over leestekens want daar ging mijn oorspronkelijke ergernis eigenlijk over. Zo vind ik van mezelf dat ik te veel uitroeptekens gebruik als ik berichten en stukjes schrijf. Hetzelfde geldt voor drie puntjes achter een zogenaamd open zin. Bij een korte kreet mag een uitroepteken natuurlijk best en die puntjes staan heel leuk, maar alleen als ze met beleid worden gebruikt. En dus moet ik altijd na het schrijven van mijn stukjes aan de gang met de deleteknop en de backspace. En als ik zo eens om me heen lees, zouden anderen dat ook meer moeten doen ...
Een ander leesteken dat mij nogal bezighoudt is de komma. De regels zijn snel opgezocht, de toepassing is een stuk lastiger. In Portugese teksten wordt veel kwistiger met komma’s gestrooid dan in Nederlandse. De gouden regel dat een komma nooit het onderwerp en de persoonsvorm van een zin mag scheiden lapt menig Portugees aan zijn of haar laars. Als ik aan het vertalen ben moet ik echt opletten dat ik daar niet in mee ga.
Mijn jongste kwam thuis met een grappige oefening over leestekens die ik u niet wil onthouden. (Vertalen heeft evenwel geen zin want dan moeten meteen keuzes worden gemaakt). Het gaat over een oudje die zijn testament maakt en over zijn nalatenschap beschikt, maar helaas net voordat hij vraagtekens, uitroeptekens en komma’s kan zetten overlijdt. De vraag is nu wie het fortuin krijgt:
“Deixo a minha fortuna a meu sobrinho não à minha irmã jamais pagarei a conta do alfaiate nada aos pobres”
Als afsluiter een gedichtje over leestekens van Walter W. Krijthe.
Het heet 'Kortschrijfseltje' en staat in zijn bundel 'Dichtgetijden':
Alsdespatieszwijgen
endeleestekenszijnzoek
zaliknooitdekriebelskrijgen
omtegaanlezenineenboek
wantdeleestekenszijnnodig
omdezinnenzintegeven
enspatiesnietoverbodig
wantgatenvullenhetleven
Um abraço, Karolien
sexta-feira, 13 de agosto de 2010
Dictee
In Nederland gaan stemmen op voor de herinvoering van het ouderwetse woorddictee (zie het artikel in de Telegraaf van woensdag 14 april). Het (woord)dictee is sinds lang uit het schoolprogramma verdwenen en nu blijkt dat kinderen daardoor niet meer goed kunnen spellen.
Nu vind ik (en velen met mij) al jaren dat veel Nederlanders heel slecht spellen. Ik erger me behoorlijk aan de vele spelfouten die ik overal tegenkom. Niet dat ik ze zelf niet ook wel eens maak, maar toch ... Het gaat bij foutloos schrijven enerzijds om het toepassen van simpele en logische grammaticaregels (als je schrijft : ik werk en jij werkt, dan is het logisch dat je ook schrijft: ik vind en jij vindt). Anderzijds gaat het natuurlijk simpelweg om “weten hoe het moet” (waarom schrijf je “toch en nog” en “lijden en leiden” anders terwijl je hetzelfde hoort?). En hoe kom je dat nu te weten? Door héél veel oefenen, oftewel door te schrijven en te lezen. En daarbij komt het principe van het woordbeeld om de hoek kijken.
woordbeeld
Uit diverse onderzoeken is gebleken dat we om een geschreven woord goed te lezen maar een beperkt aantal letters nodig hebben om te weten wat er staat. Voordat we daadwerkelijk gaan lezen schatten we de lengte en de vorm van een woord en dan maakt elke gelezen letter bepaalde woorden van die lengte en vorm waarschijnlijker dan andere, zodat de kans dat we het juiste woord herkennen stapsgewijs toeneemt. Onbewust en héél snel vormen onze hersens dus meteen een aantal mogelijke woorden die worden verworpen of geaccepteerd (trial and error), op grond van de context en bijkomende informatie. Die enorme “lijst” met mogelijke oplossingen moet natuurlijk wel in je hoofd aanwezig zijn. Neurologisch onderzoek heeft uitgewezen dat de opslag van woordbeelden gebeurt in een net achter Wernicke’s gebied gelegen hersenkwabje, de angular gyrus. Hoe voller die is, hoe meer kans heb je om snel tot de juiste oplossing te komen, zonder het hele woord (lees: alle afzonderlijke letters) te hoeven uitlezen.
Het is overigens natuurlijk ook niet voor niets dat het schrijven ooit begonnen is met het weergeven van tekeningetjes (in sommige talen is dat nog steeds het geval), hetgeen erop wijst dat er een blijkbaar een geheugen is voor beelden, gerelateerd aan taal.
Om het woordbeeldkwabje te vullen, moet je woordbeelden tot je nemen, door te lezen en door te schrijven. Iedereen (dyslectici daargelaten) ziet meteen dat “taard” raar staat terwijl “baard” prima oogt. Dat komt omdat we in ons leven gelukkig al vaak taart hebben gege ... eh, sorry ... gelezen en geschreven!
Dictee
En ja, daar komt dus dat dictee opeens weer om de hoek kijken. Blijkbaar is het verwerven en opslaan van zoveel mogelijk juiste woordbeelden, na alle hervormingen in het schoolsysteem en alle nieuwe leermethodes, een beetje in het gedrang gekomen. Leren moet leuk zijn en, laten we eerlijk zijn, een dictee maken is niet echt leuk ... Mijn oudste zat in ieder geval soms bijna huilend boven zijn boek als het huiswerk weer een “cópia” was; ja, want hier in Portugal is het overschrijven van woorden, zinnen en hele stukken tekst nog een heel geaccepteerde schoolbezigheid, danwel huiswerkopdracht. De eerste keer dat hij met een opdracht tot “cópia” thuis kwam dacht ik nog dat we om een of andere reden een bladzijde uit het boek onder de kopieermachine moesten houden, maar we werden snél uit de droom geholpen!
Mijn jongste heeft een nogal lelijk handschrift en zijn juf laat hem rustig een slecht leesbaar of fout geschreven woord tien keer overschrijven. Ik hoop dan ook dat hun woordbeeldkwabjes inmiddels lekker vol zitten.
korting
Een ding blijft na dit hele verhaal toch wel een beetje aan mij knagen; als we bedenken dat u misschien maar pakweg 70% van alle letters die ik heb ingetypt hebt hoeven lezen om zonder problemen mijn hele stuk te kunnen begrijpen, dan is het een feit dat ik zo’n 30% van mijn werk dus eigenlijk voor Jan met de korte achternaam heb zitten doen...
Ik hoop maar dat u hiervan niets tegen mijn klanten zegt, want - wie weet, ons ben zunig - vragen ze me de volgende keer om een bijbehorende korting.
Um abraço, Karolien
PS: Meer lezen over de verschillende (taal)functies van onze hersens? De Portugese neuroloog António Damásio heeft veel gepubliceerd (in het Engels). Verschillende van zijn werken zijn in het Nederlands vertaald, zoals:
- De vergissing van Descartes - gevoel, verstand en het menselijk brein;
- Ik voel dus ik ben - hoe gevoel en lichaam ons bewustzijn vormen en
- Het gelijk van Spinoza - vreugde, verdriet en het voelende brein.
