terça-feira, 16 de agosto de 2011

Nieuwe spellingsregels voor de Portugese taal (Novo Acordo Ortográfico)

Orthografie: “or - tho - gra` fie («Grieks) de -woord (vrouwelijk) 1. kunst om volgens de regels te schrijven, spelkunst; 2. spelling, schrijfwijze van een woord”

Het wordt toch wel eens tijd om aandacht te besteden aan de vernieuwde spelling van de Portugese taal. In de afgelopen decennia is meermalen gepoogd eensluidende afspraken te maken over de schrijfwijze van de Portugese taal in de verschillende landen waar die taal wordt gesproken. De eerste poging stamt uit 1911 en leidde in Portugal tot de eerste grote taalhervorming. Het nieuwste akkoord werd in 1990 gesloten en dat vormt de basis van de nieuwe spellingsregels die sinds januari 2009 (!) in Portugal gelden, uiteraard na een nieuwe set aanpassingen op de versie van 1990.

Er is tot 2015 een overgangsperiode ingesteld, waarin beide spellingen naast elkaar gebruikt mogen worden.


Wat gaat er eigenlijk – in grote lijnen - allemaal veranderen?


Als eerste: Het alfabet krijgt er drie nieuwe letters bij: de k (capa of ), de w (dábliodâblio of duplo vê) en de y (ípsilon of i grego).


Het gebruik van hoofdletters bij de namen van de dagen, maanden, windrichtingen etc. Vervalt, en dus schrijft men voortaan janeiro, fevereiro e norte, sul, etc.


Verder gaan veel overbodige /want je hoort ze toch niet ...)  medeklinkers ook tot het verleden behoren. In het volgende rijtje krijgt u een goed idee van waar ik het over heb:

1.       cc wordt c: bijv. transacionadolecionar. Maar in de volgende woorden blijft - omdat je hem uitspreekt - de dubbele cc gehandhaafd: friccionarperfeccionismo.

2.        wordt ç in açãoereçãoreação. Maar  wordt gehandhaafd in fricçãosucção.

3.       ct wordt t in  atoatualtetoprojeto. Maar ct wordt gehandhaafd in facto, bactéria, octogonal.

4.       pc wordt c in percecionaranticoncecional. Maar: núpcias, opcional.

5.        wordt ç in adoçãoconceção. Maar: corrupção, opção.

6.       pt wordt t in  Egitoótimo, batismo. Maar: inapto, eucalipto.


Samengevat kunnen we stellen dat de uitspraak bepaalt of de medeklinker gehandhaafd wordt; hoor je hem niet, wég ermee!


Stomme h

Van een aantal woorden verdwijnt de stomme h als beginletter. Volgens de nieuwe regels schrijven we nu úmido en erva. Maar história blijft zoals het was...


Ook qua accenten zijn er aanpassingen. Zo behoort het in Brazilië nog gebruikte trema (¨) nu tot het verleden. In Portugal verdwijnt een aantal grafische accenten (die dus toch al geen functie hadden voor de uitspraak), en volgens de nieuwe spelling schrijf je dus bijvoorbeeld: creemveem en leem in plaats van crêemvêem, lêem; en paraperapelo en polo in plaats van párapêrapêlopólo. Maar ook in andere gevallen verdwijnen accenten, zoals in vooenjoo, ideia etc.


Samengestelde woorden

Wat betreft het gebruik van het verbindingsstreepje ligt het allemaal iets ingewikkelder. Zo verdwijnt het streepje bijvoorbeeld wel in autoestrada (omdat het voorvoegsel op een andere klinker eindigt dan die waarmee het achtervoegsel begint) maar blijft het bestaan in ex-marido, vice-presidente, micro-ondas, etc.


Bij het werkwoord haver verdwijnt het streepje ook en moet je dus nu: hei dehás de, enzovoorts, schrijven. En ook fim de semana gaat in de nieuwe spelling zonder streepjes door het leven (maar cor-de-rosa weer niet...). Ook dieren en plantensoorten mogen hun streepje houden en zo blijven bijvoorbeeld de águia-real en de couve-flor onveranderd.


Dubbele spelling ...

In de nieuwe spelling is het mogelijk dat woorden op twee manieren geschreven kunnen  worden. Dit heeft vaak te maken met de accenten (en die weer met de uitspraak, die van veel woorden in bijvoorbeeld Brazilië nu eenmaal afwijkt van die van Portugal). Zo kun je dus tegenkomen: académico en acadêmico, sénior en sênior. Maar daarvan zullen we in Portugal niet veel merken, we houden de tot nu toe gebruikelijke spelling van die woorden aan.


Voors en tegens

Er zijn veel argumenten vóór de spellingshervorming; geschreven taal komt dichter bij de uispraak, eenheid in de verschillende Portugeestalige landen, vereenvoudiging en betere uitwisseling en samenwerking op het gebied van onderwijs, volgen van de natuurlijke taalontwikkeling. En uiteindelijk heeft maar ongeveer 1,6% van de woorden in Portugal te “lijden” van de nieuwe regels.


Tegenargumenten zijn er natuurlijk ook, en véél: niet natuurlijke taalontwikkeling, “oplossen” van een niet bestaand probleem (de verschillen in spelling in de diverse Portugeessprekende landen zijn volledig duidelijk, logisch en geaccepteerd), geldverspilling door het aanpassen van alle geschreven werken (schoolboeken!!) en “omscholing” van alle taalgebruikers.

En dan is er natuurlijk nog de naam van de spellingsregels: Novo Acordo Ortográfico, afgekort NÃO!!!


Er is veel onenigheid over de nieuwe spellingsregels onder taalgebruikers en -kenners. Maar waar is dat ooit niet het geval geweest als het gaat om veranderingen?


Ikzelf heb eigenlijk nog steeds geen positie ingenomen. Ik ben altijd heel gelukkig als ik bedenk dat ik de regels niet hoef te maken of te beoordelen. Maar ik moet ze natuurlijk wel volgen... Ik moet bekennen dat ik daar nog niet “aan” ben. Een nieuwe spellingchecker, naslagwerk, vragen, twijfels ... ik schuif het nog maar even voor me uit!

Maar ja, als er tot 2015 geen nog-weer-nieuwe hervorming komt of een taalrevolutie die de implementatie van de nieuwe regels toch  tegenhoudt (en geloof me, er zijn veel initiatieven gaande!), zullen we er met z’n allen toch echt wel aan moeten!


Meer informatie over de nieuwe spellingsregels kunt u uiteraard vinden op het internet, zie bijvoorbeeld: http://www.portaldalinguaportuguesa.org, umportugues.com, www.priberam.pt

Ook een taalvraag?
Mail me: karolienvaneck@gmail.com


sábado, 2 de abril de 2011

Emotietaal

De vraag kwam van een klant, die zich inmiddels behoorlijk goed in het Portugees kan uitdrukken, maar het moeilijk vindt zijn emoties onder woorden te brengen. Zowel in positieve situaties (“Wanneer zien we elkaar weer?” “Wat een fijne avond was het”) als in negatieve (“Weet je wat jij kan doen? Je bekijkt het maar!”).

Dat deed me meteen denken aan een keer dat we bij mijn zwager in de auto zaten en op een stille bergweg plotseling een kudde schapen tegenover ons hadden staan, midden op de weg welteverstaan. Mijn zwager stond gierend op de rem en iedereen was in shock. De herder stond het allemaal rustig te bekijken met een “ik ben me van geen kwaad bewuste”-blik. Mijn zwager draaide het raampje open en ik dacht: Nu komt het, het wordt oorlog. “Você é um burro” voegde hij de herder toe en ik dacht dat ik er in zou blíjven. Ik verwachtte een scheldpartij en lelijke woorden ... niet dat hij de arme man met “você” zou aanspreken en dat “burro” zijn beste poging tot een scheldwoord zou zijn.


Ik studeerde lang geleden af op “levels of directness” in taalgebruik van Portugezen en Nederlanders. Het ging mij erom te zien welke strategieën – op het gebied van taal – worden ingezet om een verzoek tot een goed einde te brengen. Dus analyseerde ik een serie in scene gezette gesprekken waarin een gesprekspartner de ander een verzoek moest doen. Het bleek dat de Nederlandse taalstrategieën veel omwegen en conventies bevatten die een Portugees overbodig vindt. De Nederlander doet er (op taalgebied) veel aan om de ander te ontzien en de mogelijkheid te bieden het verzoek te weigeren, en maakt daarbij gebruik van woorden als “misschien", “even(tjes)”, enzovoorts.

Toen ik jaren geleden aan een Lissabonse buschauffeur in mijn beste beginners-Portugees – letterlijk vertaald - vroeg of hij “misschien de deur nog eventjes  zou willen opendoen” barstte hij dan ook in lachen uit en zei dat hij zelf wel zou beslissen of hij dat wel of niet zou doen en dat daar niets “misschien” aan was (en hij reed door).

Op taalgebied is de Portugees dan ook veel directer. De gebiedende wijs wordt Portugezen zonder blikken of blozen toegepast (wel gevolgd door “se faz favor”), terwijl een Nederlander liever een vraag stelt (“Mag ik zout misschien even van je hebben?”). 

Let op, dit verhaal is niet bedoeld ter ontkrachting van het – al dan niet terechte - internationaal bekende beeld van de “lompe Nederlander” die recht op zijn doel afgaat. Ik heb het nu alleen, en heel kort door de bocht, over het gebruik van taalstrategieën in dagelijkse situaties.
Maar goed, terug naar de vraag van de lezer over hoe zijn emoties te verwoorden. Tja, daar is dus geen makkelijk antwoord op te geven. Over de zin “Stik er maar in” of “Bekijk het maar”” heb ik al wel eens uitgebreid nagedacht en in het Portugees komt “(Sabes o que podes fazer?) Arranja-te!” er heel dicht bij in de buurt.

Verder heb ik een heel goed advies om te leren beter uit je woorden te komen aan het einde van een gezellige avond: luister naar Portugese muziek, kijk naar Portugese telenovelas en lees Portugese boeken! En dan bedoel ik niet (alleen) Fado en meer “intelligente” muziek en boeken, maar juist de moderne, jonge taaluitingen – en rapmuziek! “Expensive Soul”, Boss AC, D´ZRT, “Just Girls”, ...  – je kunt het allemaal beluisteren op youtube en ook de teksten zijn makkelijk te vinden. Qua muziek misschien niet bijzonder interessant, maar op taalgebied zeker de moeite waard!



Um abraço, Karolien

sexta-feira, 7 de janeiro de 2011

Een kijkje in de keuken van de tolk


Het is me een aantal keer overkomen dat ik werd gevraagd als tolk bij een congres of conferentie. Ik heb het heel lang afgehouden, wetend dat tolkwerk, zeker vanuit een cabine, een vak apart is en dat ik me daar nooit in heb laten opleiden. De enige keer dat ik – lang geleden – een soort toelatingsexamen deed voor een groot, Nederlands, bureau voor congrestolken werd ik niet “goedgekeurd”. En omdat ik meer dan genoeg schriftelijk vertaalwerk heb, heb ik me daar zonder probleem bij neergelegd.

Maar op een gegeven moment waren hier in Portugal een paar bijeenkomsten waar een tolk Portugees-Nederland-Portugees zo nodig was dat ik door wel 5 verschillende bureaus werd gebeld en gesmeekt en dus uiteindelijk toestemde – eerlijk gezegd ook om van het “gezeur” af te zijn.


Het moet niet te lang duren
Nu is tolken zoals gezegd een vak apart. Je kunt zogenaamd consecutief tolken door bij de spreken te staan en te wachten tot hij of zij (hopelijk) na een paar zinnen pauzeert en je de gelegenheid geeft om de boodschap in de ander taal over te brengen; dat heb ik meermalen gedaan, bijvoorbeeld bij een trouwerij – dat is overigens natuurlijk altijd erg leuk om te doen, behalve als de priester ál te lang van stof is en de aanwezigen langzaam indutten...


Je kunt ook fluistertolken, waarbij je naast of achter een aanwezige zit en op fluistertoon vertaalt wat de spreker zegt. Dat heb ik eens gedaan bij een persconferentie waarbij een Nederlandse staatssecretaris aanwezig was die graag wilde weten wat zijn ambtgenoten en hun woordvoerders de pers voorschotelden. Het nadeel is dat je toch een stoorzender bent voor de spreker, zeker als je dicht bij hem of haar in de buurt zit te fluisteren.


Tolk, in je hok!
Een andere keer was de Nederlandse minister van sociale zaken in Lissabon op bezoek bij zijn ambtgenoot en werd mij gevraagd of ik wilde tolken. Dat wilde ik wel, maar waar moest ik zitten? De beide ministers zaten aan een kleine tafel voor een zaal vol mensen waaronder ook de pers met camera’s, en de oplossing was dat ik daar dan maar tussenin moest gaan zitten zodat ik voor beiden mannen zou tolken ... gelukkig bleek dat er een tolkcabine aanwezig was en alhoewel ik daar toen nog weinig ervaring mee had, was ik toch wel erg opgelucht dat ik niet aan die tafel hoefde plaats te nemen!


Vanaf toen heb ik vaker tolkwerk vanuit de cabine gedaan. Je hoort door de koptelefoon een toespraak in, bijvoorbeeld, het Portugees en je spreekt meteen de vertaling daarvan in de microfoon. Meestal krijgen we van tevoren de teksten van de sprekers en kunnen we ons enigszins voorbereiden. Het is hoe dan ook zeer intensief werk waarbij je na zo’n 20 minuten echt even moet pauzeren. Je zit dan ook altijd met een collega samen in de cabine. Het zijn piepkleine ruimtes waar je alles wat je niet strikt nodig hebt maar beter buiten kunt laten staan. We proberen elkaar zoveel mogelijk te helpen door termen op te zoeken, snel dingen voor elkaar op te schrijven en verder vooral héél stilletjes te zitten en zo weinig mogelijk afleiding te veroorzaken. De lust tot om-me-heen-meppen heeft me meer dan eens bevangen als er iets onverwachts gebeurt terwijl ik diep geconcentreerd aan het tolken ben.

Sardientjes in een blik
Ooit hadden we een derde collega meegenomen die graag een keer wilde zien hoe het allemaal in zijn werk ging. Hij dacht er nogal luchtig over en had de teksten die we ’s avonds laat nog hadden ontvangen niet vooraf doorgelezen. We zaten met z’n drieën opgepropt als sardientjes in een blikje. Na vijf minuten werd de collega rood en wit en groen en blauw en vluchtte hij naar buiten waar hij met zijn hoofd in zijn handen naar de openingstoespraak luisterde. Na een half uur gingen we eens kijken of hij het nog wilde proberen maar hij was al afgedropen.

Tijdens een ander congres stond ik in de pauze toevallig naast een van de Nederlandse sprekers die luidkeels verkondigde dat hij het een verschrikkelijke geldverspilling vond dat er zoveel tolken aanwezig waren. Ik heb hem maar vriendelijk toegeknikt en heb de verleiding weerstaan om bij de hervatting van het congres iets héél onaardigs in de microfoon te fluisteren ...


Um abraço, Karolien

quinta-feira, 25 de novembro de 2010

Lang leve de sociale voorzieningen!

José is visser. Maar hij is ook gehandicapt want hij mist bijna al zijn vingers. Door een vreemde speling in zijn lot werd hij geboren met twee klauwen in plaats van handen. Zijn ene hand bestaat uit een enorme duim en een bundeltje waarin de aanzet van drie vingers te herkennen is en zijn andere hand heeft de vorm van een grote V.
José is ook erg arm en moest al vroeg met zijn familie mee om de zee op te zorgen dat er ’s avonds wat te eten zou zijn. Als snel begreep hij dat hij buiten Portugal sneller en meer geld kon verdienen en hij monsterde aan op de grote vaart. Jarenlang voer hij de hele wereld over en een groot aantal van die jaren werkte hij in opdracht van een Nederlands bedrijf, met collega’s van allerlei nationaliteiten en achtergronden. Totdat het echt niet meer ging en hij op z’n vijfenvijfigste terugkeerde naar Portugal. Van de Portugese staat ontving hij vervolgens een invaliditeitspensioentje en zijn vrouw “deed een paar huizen” zodat ze net rond konden komen.



Op een dag stond José bij mij op de stoep met een brief van een Nederlandse uitvoeringsinstantie , waaruit bleek dat hij tot aan zijn pensioneren recht had (heeft) op een arbeidsongeschiktheidsuitkering uit Nederland. Hij snapte de brief maar nauwelijks en geloofde het bijna niet toen ik die voor hem vertaalde.
Hij bedankte me hartelijk voor de tijd die ik had besteed aan zijn bezoek en vroeg me wat de kosten waren. Ik noemde een bedrag en zei dat dat mijn uurtarief was. Hij vroeg of ik hem verder kon helpen met alle correspondentie rondom zijn uitkering en ik meldde dat ik dat zou doen en dat ik steeds als ik een uur werk aan hem had besteed, ik dat zou zeggen, zodat hij me kon betalen en kon bekijken of hij me verder nodig had.

Een lange tijd van wachten, brieven, e-mails, telefoontjes van hem naar mij en van mij naar de uitvoeringsinstantie, bezoekjes en gesprekken brak aan. Doktersonderzoeken moesten worden vertaald en brieven van de Portugese overheid overgelegd. Ik besteedde zo’n 10 uur aan zijn zaak en iedere keer had hij netjes een envelop met geld bij zich als hij weer langs kwam voor een volgende stap in het proces.

Na ongeveer een jaar kwam het verlossende antwoord, niet alleen had José recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, hij had er zelfs recht op met terugwerkende kracht. Met tranen in zijn ogen luisterde hij naar dit geweldige nieuws: iedere maand een vaste uitkering en ook nog een flink bedrag ineens als compensatie voor de afgelopen jaren. Dat bedrag werd niet aan José betaald, maar aan de Portugese sociale dienst die er het tot nu toe aan José betaalde invaliditeitspensioentje mee zou verrekenen, waarna José de rest zou krijgen.

Kort geleden stopte een nieuwe auto voor mijn deur en een stralende José, met zijn vrouw, stapten uit. Als dank voor mijn werk en hulp kreeg ik een laatste envelop, terwijl ik geen werk meer voor hem had gedaan. Ik protesteerde, maar hij wilde er niet van weten en drukte het geld in mijn handen.
Ik heb het maar aangenomen, met dank aan de sociale voorzieningen. Wat héb ik toch leuk werk!

Um abraço, Karolien

sábado, 2 de outubro de 2010

What’s in a name …

Mensen hebben rare namen... Ik moest laatst een hypotheekaanvraag vertalen voor een meneer Leenman, en in de gevangenis zit een jongen die “Treurniet” heet …


Mijn moeder, vroeger onderwijzeres, kan smakelijk vertellen over de kinderen die zij in de klas had. Zo had ze een “Laetitia Louise Maria Naaktgeboren” in de klas en werd “Raymond Vethaak” verbasterd tot “Raaimondje”.




Een Portugees kind kan maximaal zes namen krijgen, waarvan er twee eigennamen zijn en de overige (maximaal vier dus) familienamen.


De eigennamen moeten voldoen aan de officiële Portugese spellingsregels en wat betreft de eerste eigennaam mag er geen twijfel zijn over het geslacht van het kind (dus “João Maria mag bijvoorbeeld voor een jongen en “Maria João” voor een meisje). Er is een lange lijst met namen en schrijfwijzen die wel en niet zijn toegestaan en die bekeken kan (moet) worden voordat het kind wordt geregistreerd.

De laatste jaren zijn voor jongens de oude koningsnamen weer helemaal “in” (Afonso, Henrique, Dinis”). Bij meisjes staat Maria als sinds jaren met stip op nummer één. Ik las op een forum dat in de afgelopen 100 jaar er 2.420.829 Maria’s in Portugal werden geboren.


Buitenlandse namen zijn in originele spelling alleen toegestaan als het gaat om een kind dat in het buitenland werd geboren of geregistreerd of een kind waarvan een van de ouders (ook) een andere dan de Portugese nationaliteit bezit.


Als achternamen mogen de ouders kiezen uit vier van de achternamen die in hun familie voorkomen, en de volgorde ervan mag vrij worden bepaald. Zo kun je dus een naam van je opa, die je zelf niet hebt gekregen, wel weer aan je kinderen geven. Opvallend veel achternamen hebben van doen met bomen en planten, denk aan Pereira, Oliveira, Silva, Figueira, en natuurlijk zijn er ook erg veel namen van religieuze komaf, zoals bijvoorbeeld da Cruz, de Deus, Ramos, dos Anjos, dos Santos, enzovoorts. De tussenvoegsels mogen overigens zonder problemen worden weggelaten en gelden niet als namen.


De Nederlandse wetgeving met betrekking tot de voornaamgeving is, zo valt te lezen op de site van het Meertens Instituut, “te typeren als een 'alles mag, behalve'-constructie, dit wil zeggen: alle voornamen zijn toegestaan, maar er zijn twee uitzonderingen. De ambtenaar van de burgerlijke stand mag een voornaam niet accepteren wanneer die ongepast is of wanneer die overeenkomt met een bestaande achternaam als die niet ook als voornaam gebruikelijk is. Met betrekking tot het aantal te geven namen kent de wet geen beperkingen.”


Dus kan het voorkomen dat een kind drie of zelfs nog meer voornamen heeft. De achternamen zijn daarentegen weer simpel, in principe heeft iedereen één achternaam, die van zijn vader of van zijn moeder, alhoewel er ook wel families zijn met een dubbele achternaam.


U zult in Portugal allemaal wel eens een situatie mee hebben gemaakt waarin er verwarring was over uw naam. Als u uw naam moet opgeven voor algemene doeleinden (een openbaar vervoersbewijs bijvoorbeeld) moet u altijd uw hele naam voluit opschrijven, voorletters worden zelden geaccepteerd.


Alfabetische namenlijsten worden overigens doorgaans op voornaam geselecteerd, houd daar rekening mee als men naar uw registratie zoekt ...


Maar troost u, het kan veel verwarrender! Ik lees op Wikipedia dat in Indonesië de achternaam niet noodzakelijk een familienaam is en dat daardoor de combinatie van voor- en achternamen de identiteit van de persoon bepalen. En soms heeft een Indonesiër maar één naam, zodat van een "voornaam" geen sprake kan zijn. En in Rwanda wordt de achternaam doorgaans bepaald aan de hand van opvallende gebeurtenissen rondom de geboorte, een zegenwens voor de nieuwgeborene of een indruk die de naamgevers van een pasgeboren kind hebben. Zo kan een boreling die vaak lacht de naam Tuyishime krijgen: hij die gelukkig is.


Dat is natuurlijk wel zo makkelijk: ik weet bijvoorbeeld nog niet zo zeker of meneer Treurniet wel voldoende redenen heeft om níet te treuren ... En ik weet ook niet of meneer Leenman er wel in is geslaagd de hypotheek te krijgen die hij nodig heeft...

Dan lijkt mevrouw Naaktgeboren toch opeens heel gewoontjes, vindt u niet?

Abraço, Karolien

terça-feira, 14 de setembro de 2010

Lees teken - Over spaties, komma’s en uitroeptekenergernissen


Snapt u ook soms berichten niet of niet meteen omdat woorden niet aan elkaar geschreven zijn die dat wel hadden gemoeten? Dat levert hilarische teksten op. Zie bijvoorbeeld de titel van dit stukje, er staat: “lees teken”. Deze bijdrage kan dus zomaar een stukje over teken worden. Nu zijn dat heel vervelende beestjes en regelmatig moeten we er een paar van de hond - en als we dan toch bezig zijn ook van onze eigen benen en pijpen – plukken. Ik ben meteen informatie gaan opzoeken over de teek, maar werd daar al snel zo kriebelig van dat ik graag weer terugkeer naar mijn leest..., uhhh lees-teken dus.

Maar eerst nog even over die spaties: Over het onjuiste gebruik daarvan is begin april een boek verschenen onder de vrolijke titel “weg om legging”. Op de site www.spatiegebruik.nl kun je de leukste voorbeelden vinden van woorden-met-een-spatie-te-veel. Wat denkt u van de “laatste school dag” en een cursus “naakt model tekenen”? Er wordt gelukkig ook verteld hoe het moet: “Een samenstelling is een woord dat is opgebouwd uit twee of meer woorden die ieder zelfstandig kunnen voorkomen. Denk aan woorden als tuinbroek (tuin+broek) en badslippers (bad+slippers). Samenstellingen worden in het Nederlands altijd aan elkaar geschreven, om zo aan te geven dat de woorden van de samenstelling bij elkaar horen. Eventueel kan een koppelteken worden gebruikt om de opbouw van de samenstelling duidelijker te maken, maar het gebruik van een spatie in het samengestelde woord is altijd fout”.
Zo, nu kunt u in ieder geval niet zeggen dat u het niet wist. Meteen is overigens duidelijk dat dit probleem nooit zal voorkomen in een taal waar de woorden niet aan elkaar geplakt worden. Een Portugese vertaling van het boek zal er bijvoorbeeld nooit komen.

Maar goed, we hadden het dus over leestekens want daar ging mijn oorspronkelijke ergernis eigenlijk over. Zo vind ik van mezelf dat ik te veel uitroeptekens gebruik als ik berichten en stukjes schrijf. Hetzelfde geldt voor drie puntjes achter een zogenaamd open zin. Bij een korte kreet mag een uitroepteken natuurlijk best en die puntjes staan heel leuk, maar alleen als ze met beleid worden gebruikt. En dus moet ik altijd na het schrijven van mijn stukjes aan de gang met de deleteknop en de backspace. En als ik zo eens om me heen lees, zouden anderen dat ook meer moeten doen ...

Een ander leesteken dat mij nogal bezighoudt is de komma. De regels zijn snel opgezocht, de toepassing is een stuk lastiger. In Portugese teksten wordt veel kwistiger met komma’s gestrooid dan in Nederlandse. De gouden regel dat een komma nooit het onderwerp en de persoonsvorm van een zin mag scheiden lapt menig Portugees aan zijn of haar laars. Als ik aan het vertalen ben moet ik echt opletten dat ik daar niet in mee ga.

Mijn jongste kwam thuis met een grappige oefening over leestekens die ik u niet wil onthouden. (Vertalen heeft evenwel geen zin want dan moeten meteen keuzes worden gemaakt). Het gaat over een oudje die zijn testament maakt en over zijn nalatenschap beschikt, maar helaas net voordat hij vraagtekens, uitroeptekens en komma’s kan zetten overlijdt. De vraag is nu wie het fortuin krijgt:
“Deixo a minha fortuna a meu sobrinho não à minha irmã jamais pagarei a conta do alfaiate nada aos pobres”

Als afsluiter een gedichtje over leestekens van Walter W. Krijthe.
Het heet 'Kortschrijfseltje' en staat in zijn bundel 'Dichtgetijden':

Alsdespatieszwijgen
endeleestekenszijnzoek
zaliknooitdekriebelskrijgen
omtegaanlezenineenboek

wantdeleestekenszijnnodig
omdezinnenzintegeven
enspatiesnietoverbodig
wantgatenvullenhetleven


Um abraço, Karolien

sexta-feira, 13 de agosto de 2010

Dictee

In Nederland gaan stemmen op voor de herinvoering van het ouderwetse woorddictee (zie het artikel in de Telegraaf van woensdag 14 april). Het (woord)dictee is sinds lang uit het schoolprogramma verdwenen en nu blijkt dat kinderen daardoor niet meer goed kunnen spellen.
Nu vind ik (en velen met mij) al jaren dat veel Nederlanders heel slecht spellen. Ik erger me behoorlijk aan de vele spelfouten die ik overal tegenkom. Niet dat ik ze zelf niet ook wel eens maak, maar toch ... Het gaat bij foutloos schrijven enerzijds om het toepassen van simpele en logische grammaticaregels (als je schrijft : ik werk en jij werkt, dan is het logisch dat je ook schrijft: ik vind en jij vindt). Anderzijds gaat het natuurlijk simpelweg om “weten hoe het moet” (waarom schrijf je “toch en nog” en “lijden en leiden” anders terwijl je hetzelfde hoort?). En hoe kom je dat nu te weten? Door héél veel oefenen, oftewel door te schrijven en te lezen. En daarbij komt het principe van het woordbeeld om de hoek kijken.

woordbeeld
Uit diverse onderzoeken is gebleken dat we om een geschreven woord goed te lezen maar een beperkt aantal letters nodig hebben om te weten wat er staat. Voordat we daadwerkelijk gaan lezen schatten we de lengte en de vorm van een woord en dan maakt elke gelezen letter bepaalde woorden van die lengte en vorm waarschijnlijker dan andere, zodat de kans dat we het juiste woord herkennen stapsgewijs toeneemt. Onbewust en héél snel vormen onze hersens dus meteen een aantal mogelijke woorden die worden verworpen of geaccepteerd (trial and error), op grond van de context en bijkomende informatie. Die enorme “lijst” met mogelijke oplossingen moet natuurlijk wel in je hoofd aanwezig zijn. Neurologisch onderzoek heeft uitgewezen dat de opslag van woordbeelden gebeurt in een net achter Wernicke’s gebied gelegen hersenkwabje, de angular gyrus. Hoe voller die is, hoe meer kans heb je om snel tot de juiste oplossing te komen, zonder het hele woord (lees: alle afzonderlijke letters) te hoeven uitlezen.
Het is overigens natuurlijk ook niet voor niets dat het schrijven ooit begonnen is met het weergeven van tekeningetjes (in sommige talen is dat nog steeds het geval), hetgeen erop wijst dat er een blijkbaar een geheugen is voor beelden, gerelateerd aan taal.
Om het woordbeeldkwabje te vullen, moet je woordbeelden tot je nemen, door te lezen en door te schrijven. Iedereen (dyslectici daargelaten) ziet meteen dat “taard” raar staat terwijl “baard” prima oogt. Dat komt omdat we in ons leven gelukkig al vaak taart hebben gege ... eh, sorry ... gelezen en geschreven!

Dictee
En ja, daar komt dus dat dictee opeens weer om de hoek kijken. Blijkbaar is het verwerven en opslaan van zoveel mogelijk juiste woordbeelden, na alle hervormingen in het schoolsysteem en alle nieuwe leermethodes, een beetje in het gedrang gekomen. Leren moet leuk zijn en, laten we eerlijk zijn, een dictee maken is niet echt leuk ... Mijn oudste zat in ieder geval soms bijna huilend boven zijn boek als het huiswerk weer een “cópia” was; ja, want hier in Portugal is het overschrijven van woorden, zinnen en hele stukken tekst nog een heel geaccepteerde schoolbezigheid, danwel huiswerkopdracht. De eerste keer dat hij met een opdracht tot “cópia” thuis kwam dacht ik nog dat we om een of andere reden een bladzijde uit het boek onder de kopieermachine moesten houden, maar we werden snél uit de droom geholpen!
Mijn jongste heeft een nogal lelijk handschrift en zijn juf laat hem rustig een slecht leesbaar of fout geschreven woord tien keer overschrijven. Ik hoop dan ook dat hun woordbeeldkwabjes inmiddels lekker vol zitten.

korting
Een ding blijft na dit hele verhaal toch wel een beetje aan mij knagen; als we bedenken dat u misschien maar pakweg 70% van alle letters die ik heb ingetypt hebt hoeven lezen om zonder problemen mijn hele stuk te kunnen begrijpen, dan is het een feit dat ik zo’n 30% van mijn werk dus eigenlijk voor Jan met de korte achternaam heb zitten doen...
Ik hoop maar dat u hiervan niets tegen mijn klanten zegt, want - wie weet, ons ben zunig - vragen ze me de volgende keer om een bijbehorende korting.
Um abraço, Karolien

PS: Meer lezen over de verschillende (taal)functies van onze hersens? De Portugese neuroloog António Damásio heeft veel gepubliceerd (in het Engels). Verschillende van zijn werken zijn in het Nederlands vertaald, zoals:
- De vergissing van Descartes - gevoel, verstand en het menselijk brein;
- Ik voel dus ik ben - hoe gevoel en lichaam ons bewustzijn vormen en
- Het gelijk van Spinoza - vreugde, verdriet en het voelende brein.